ECLI:NL:RBNNE:2023:849
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde vrijstaande woning per 1 januari 2020
De zaak betreft een geschil over de WOZ-waarde van een vrijstaande woning, vastgesteld op €302.000 per 1 januari 2020 door de heffingsambtenaar van de gemeente Opsterland. Eiser betwist deze waarde en stelt een lagere waarde van €280.000 voor, onder meer vanwege verschillen in perceeloppervlakte, woninginhoud en de gedateerdheid van de voorzieningen zoals keuken en badkamer.
Verweerder heeft de woning laten taxeren door een gecertificeerde taxateur, die op 10 januari 2022 een inpandige opname heeft verricht. Het taxatierapport ondersteunt de vastgestelde waarde en houdt rekening met de verschillen tussen de woning en de vergelijkingsobjecten. Verweerder betwist dat de gedateerdheid van de voorzieningen een waardevermindering rechtvaardigt, mede vanwege het goede onderhoud en het functioneren van de voorzieningen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder aan zijn bewijslast heeft voldaan en dat de gehanteerde vergelijkingsobjecten voldoende vergelijkbaar zijn. De verschillen zijn adequaat meegenomen in de waardering. De gedateerdheid van de keuken en badkamer leidt niet tot een verlaging van de WOZ-waarde. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €302.000 wordt ongegrond verklaard.