Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Procesverloop
2.Vaststaande feiten
3.Het verzoek
4.Standpunten van partijen
5.Beoordeling
6.Beslissing
Arnhem-Leeuwarden.
Rechtbank Noord-Nederland
De man verzocht de rechtbank om een voorlopige voorziening te treffen waarbij de kinderalimentatie met ingang van de datum van het verzoek op nihil wordt gesteld, althans dat hij niet gehouden is alimentatie te betalen. Hij stelde dat de minderjarige eigen inkomsten heeft en niet langer behoeftig is, en vreesde dat hij teveel betaalde alimentatie niet terug zou krijgen als de bodemprocedure werd afgewacht.
De vrouw voerde verweer en stelde dat de minderjarige financieel volledig afhankelijk is van haar, geen werk verricht en dat er sprake is van ernstige problematiek. Zij benadrukte dat de man voldoende draagkracht heeft en dat de situatie geen wijziging van de alimentatiegrondslag rechtvaardigt.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek voldoende samenhangt met de hoofdzaak, maar dat de man onvoldoende spoedeisend belang heeft aangetoond om een voorlopige voorziening te treffen. De rechtbank overwoog dat de bodemprocedure kan afgewacht worden en dat inkomsten van een minderjarige de behoefte niet verlagen. Daarom wees de rechtbank het verzoek af en zal de zaak inhoudelijk in de bodemprocedure worden behandeld.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige nihilstelling van de kinderalimentatie wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.