De rechtbank Noord-Nederland heeft op 12 april 2024 uitspraak gedaan in de zaken over de intrekking en terugvordering van het persoonsgebonden budget (pgb) voor beschermd wonen, verstrekt aan eiser. Het college had het pgb ingetrokken en de uitbetaalde gelden teruggevorderd over de periode van 1 januari 2015 tot 1 januari 2021, wegens vermeend onrechtmatig gebruik en schending van de inlichtingenplicht.
Eisers voerden aan dat het college onvoldoende bewijs had geleverd dat eiser niet woonachtig was op het adres van eiseres en dat er geen sprake was van opzet. De rechtbank oordeelde dat het college geen voldoende feitelijke onderbouwing had gegeven voor de conclusie dat eiser niet woonachtig was op het adres waar de zorg werd geleverd. De door het college overgelegde strafrechtelijke stukken werden niet betrokken bij de beoordeling vanwege gebrek aan toelichting.
De rechtbank stelde vast dat de besluiten motiveringsgebreken vertoonden en vernietigde deze. Het college werd opgedragen nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van de uitspraak. Daarnaast werd het college veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht.