ECLI:NL:RBNNE:2024:1778
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken connexiteit
Verzoeker heeft een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland. De voorzieningenrechter heeft het verzoek beoordeeld zonder zitting, omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk was op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb.
De voorzieningenrechter stelde vast dat voor het treffen van een voorlopige voorziening het connexiteitsvereiste geldt: er moet een lopende hoofdzaak zijn, zoals een bezwaar- of beroepsprocedure tegen een besluit. Verzoeker heeft echter geen besluit overgelegd waartegen het verzoek zich richt.
De rechtbank heeft verzoeker hieromtrent op 8 april 2024 verzocht om binnen een week het spoedeisende belang en het betreffende besluit aan te leveren. Verzoeker heeft hier niet op gereageerd, waardoor het connexiteitsvereiste niet is vervuld.
Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard en is het verzoek niet inhoudelijk beoordeeld. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van het connexiteitsvereiste.