Uitspraak
RECHTBANK Noord-Nederland
1.[A] ,
2.
[B] B.V.,
1.[C] ,
2.
[D],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Nederland
In deze zaak staat centraal of een koopovereenkomst voor een woning met grond onder invloed van dwaling tot stand is gekomen, omdat een strook grond onbedoeld aan de koper zou zijn geleverd. De verkoper stelde dat zij niet wist dat deze strook grond onderdeel was van de koop en dat deze strook gebruikt werd door een derde partij, [B].
De rechtbank oordeelt dat de verkoper als professionele partij had moeten weten wat zij verkocht, mede gezien de kadastrale grenzen en beschikbare luchtfoto's. Er is geen sprake van een mededelingsplicht van de koper en geen bijzondere omstandigheden die dwaling rechtvaardigen. De partijbedoeling moet worden afgeleid uit de notariële leveringsakte, waarin de strook grond duidelijk onderdeel uitmaakt van het verkochte perceel.
Daarnaast is vastgesteld dat er geen recht van overpad of persoonlijk gebruiksrecht bestaat voor [B] op de strook grond. De verbintenisrechtelijke afspraak tussen verkoper en [B] bindt niet de koper. De rechtbank wijst daarom de vorderingen van de verkoper af en veroordeelt de verkoper en [B] tot ontruiming van de strook grond met een dwangsom bij niet-naleving. De koper wordt in het gelijk gesteld en de proceskosten worden aan de zijde van de verkoper opgelegd.
Uitkomst: Beroep op dwaling wordt afgewezen en strook grond blijft eigendom van koper met veroordeling tot ontruiming door verkoper en gebruiker.