ECLI:NL:RBNNE:2024:2302
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag uitkering Schadefonds geweldsmisdrijven wegens onvoldoende objectieve aanwijzingen
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een uitkering uit het Schadefonds geweldsmisdrijven, welke door verweerder is afgewezen omdat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij slachtoffer is van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf.
De rechtbank heeft het beroep van eiser op 7 mei 2024 behandeld. Eiser stelde dat zijn aangifte en die van zijn broer voldoende waren om aannemelijk te maken dat sprake was van een opzettelijk geweldsmisdrijf en dat hij psychische schade heeft door een constant gevoel van onveiligheid.
Verweerder hanteert het beleid uit de Beleidsbundel Schadefonds geweldsmisdrijven 2022, waarin is bepaald dat een geweldsmisdrijf niet bewezen hoeft te worden, maar wel aannemelijk gemaakt. Dit vereist objectieve aanwijzingen die de verklaring van het slachtoffer ondersteunen en een duidelijk en logisch beeld schetsen van de feitelijke geweldshandeling, toedracht, aanleiding en omstandigheden.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht heeft geconcludeerd dat uit de beschikbare informatie niet duidelijk valt af te leiden wat de toedracht, aanleiding en omstandigheden van het geweldsmisdrijf waren. De verklaringen van eiser en zijn broer bieden onvoldoende objectieve aanwijzingen. Daarom blijft het bestreden besluit in stand en wordt het beroep ongegrond verklaard.
Eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter M. Munsterman op 14 juni 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag voor een uitkering uit het Schadefonds geweldsmisdrijven blijft in stand.