Uitspraak
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
Tenlastelegging
- vier, althans meerdere ribbreuken en/of
- een schedelfractuur en/of
- meerdere microbloedingen in de hersenen en/of
- meerdere blauwe plekken in het gezicht, althans de kaak en/of jukbeen,
- vier, althans meerdere ribbreuken en/of
- een schedelfractuur en/of
- meerdere microbloedingen in de hersenen en/of
- meerdere blauwe plekken in het gezicht, althans de kaak en/of jukbeen heeft bekomen.
Beoordeling van het bewijs
gewoon spraakgebruikals zwaar letsel te worden aangeduid. Bij de beantwoording van de vraag of lichamelijk letsel als zwaar moet worden aangemerkt, zijn van belang de aard van het letsel, de eventuele noodzaak en aard van medisch ingrijpen en/of het uitzicht op (volledig) herstel. Bij een veelvoud van verwondingen kan de beoordeling worden gebaseerd op de verwondingen in hun totaliteit.1
aanvaardingvan de aanmerkelijke kans heeft te gelden dat uit de enkele omstandigheid dat de verdachte wetenschap heeft van de aanmerkelijke kans dat het gevolg (zwaar lichamelijk letsel) zal intreden, niet zonder meer kan volgen dat hij de aanmerkelijke kans op het gevolg bewust heeft aanvaard, omdat ook sprake kan zijn van bewuste schuld. Van degene die weet heeft van de aanmerkelijke kans op het gevolg, maar die naar het oordeel van de rechter ervan is uitgegaan dat het gevolg niet zal intreden, kan wel worden gezegd dat hij met (grove) onachtzaamheid heeft gehandeld maar niet dat zijn opzet in voorwaardelijke vorm op dat gevolg gericht is geweest.3 De rechtbank is van oordeel dat van dit laatste sprake is bij het incident op de bank. Verdachte boog voorover om een flesje te pakken en plofte terug op de bank waarbij het hoofdje van het slachtoffer tegen/op de bank is geklapt, omdat verdachte het hoofdje op dat moment onvoldoende ondersteunde.
Bewezenverklaring
- meerdere ribbreuken en
- een schedelfractuur en
- meerdere blauwe plekken in het gezicht
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
Toepassing van wetsartikelen
Uitspraak
De rechtbank
een gevangenisstraf voor de duur van 720 dagen.
een gedeelte, groot 620 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op
3 jaren, de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.