Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beoordeling van het eerste middel
4.Beoordeling van het tweede middel
19 maart 2019.
Hoge Raad
Op 23 juli 2016 reed de verdachte onder invloed van een zeer grote hoeveelheid alcohol en zonder geldig rijbewijs met een bedrijfsauto achterop een motorfiets, waarbij de bestuurster overleed en de passagier zwaar letsel opliep. De rechtbank en het hof verklaarden verdachte schuldig aan doodslag en poging tot doodslag met voorwaardelijk opzet.
De Hoge Raad herhaalt de criteria voor voorwaardelijk opzet en oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd dat de gedragingen van verdachte zodanig gericht waren op de dood van de slachtoffers dat het niet anders kan zijn dan dat hij de aanmerkelijke kans daarop bewust heeft aanvaard. Ondanks waarschuwingen en eerdere veroordelingen voor rijden onder invloed, ontbrak een toereikende motivering voor het bewust aanvaarden van de aanmerkelijke kans op de dood.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof voor zover het opzet en strafoplegging betreft en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof wegens onvoldoende motivering van voorwaardelijk opzet en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.