ECLI:NL:RBNNE:2024:269

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
29 januari 2024
Publicatiedatum
5 februari 2024
Zaaknummer
C/18/231378 / JE RK 24-52
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Spoedbeslissing ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing ongeboren kind wegens middelengebruik moeder

De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de kinderrechter om een spoedmaatregel te treffen voor een nog ongeboren kind van een moeder met een langdurige problematiek en verslaving aan meerdere middelen, waaronder Oxycodon, Temazepam, cannabis, cocaïne en methadon. De moeder is opgenomen in het ziekenhuis en staat op het punt te bevallen van een prematuur kind dat intensieve medische zorg nodig heeft.

De moeder heeft geen vaste woon- of verblijfplaats en geen inkomen, en is niet in staat voor zichzelf of het kind te zorgen. Het eerste kind van de moeder is reeds uit huis geplaatst vanwege vergelijkbare problematiek. De kinderrechter acht een voorlopige ondertoezichtstelling noodzakelijk wegens een acute en ernstige bedreiging van het ongeboren kind en verleent een machtiging tot uithuisplaatsing voor vier weken.

De beslissing is mondeling genomen vanwege de urgentie en schriftelijk uitgewerkt. Een zitting is gepland waarbij de Raad, de moeder en andere belanghebbenden worden gehoord. De moeder krijgt een advocaat toegewezen om haar rechten te waarborgen. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of betekening.

Uitkomst: Het ongeboren kind wordt onder toezicht gesteld en machtiging tot uithuisplaatsing verleend wegens ernstige bedreiging door het middelengebruik van de moeder.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht
Locatie Groningen
zaakgegevens : C/18/231378 / JE RK 24-52
datum uitspraak: 29 januari 2024
beschikking van de kinderrechter over de voorlopige ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing

in de zaak van

De Raad voor de Kinderbescherming,

regio Noord-Nederland, locatie Groningen,
die hierna "de Raad" wordt genoemd,
die betrekking heeft op

het nog ongeboren kind [achternaam] ,

hierna te noemen het ongeboren kind.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] , hierna te noemen de moeder,

zonder vaste woon- verblijfsplaats,
advocaat: mr. M.J. Flach, die kantoor houdt in Groningen.

Het procesverloop

Deze procedure is ingeleid met een verzoekschrift van de Raad, dat de rechtbank heeft ontvangen op 29 januari 2024. Daarin verzoekt de Raad het nog ongeboren kind onder toezicht te stellen van een gecertificeerde instelling en om een machtiging te verlenen om het nog ongeboren kind uit huis te plaatsen.
De kinderrechter heeft op 29 januari 2024 het nog ongeboren kind van de moeder onder toezicht gesteld van de hierna te noemen gecertificeerde instelling en een machtiging verleend om het nog ongeboren kind uit huis te plaatsen. Dat heeft de kinderrechter vanwege de urgentie om te beslissen, mondeling gedaan. Hij heeft aangekondigd dat hij de gronden waarop zijn uitspraak rust zal uitwerken in deze, vandaag te geven, beschikking.

De feiten

De kinderrechter is bij de beoordeling van het verzoek uitgegaan van de volgende feiten.
De moeder is bij verschillende hulpverlenende instanties al jarenlang bekend vanwege haar persoonlijke problematiek en functioneren en haar middelengebruik, in het bijzonder haar verslaving aan Oxycondon, een sterke pijnstiller afgeleid van opium. De moeder gebruikt daarnaast andere middelen, volgens haar eigen opgave dagelijkse naast Oxycondon, Temazepam, een rustgevend middel, en cannabis. Ook gebruik de moeder cocaïne. De moeder heeft geen vaste- woon of verblijf plaats en voor zover bekend geen inkomen.
De persoonlijke problematiek en in het bijzonder haar middelengebruik heeft met zich gebracht dat haar eerstgeboren kind, een zoon geboren op [geboortedag] [geboortemaand] 2021, ter wereld is gekomen met de sporen van middelen in zijn lichaam, onder toezicht staat en uit huis is geplaatst.
De moeder is zwanger en is uitgerekend op 24 maart 2024. Er is sprake van een ongecontroleerde zwangerschap.
Op het moment waarop de Raad zijn verzoek aan de kinderrechter doet, is de moeder opgenomen in het UMCG en aan het bevallen. De opname vond plaats omdat de moeder zich bij het UMCG meldde voor een recept voor Oxycondon en terloops meldde dat ze al twee weken vruchtwater verliest. Het heeft met veel drang geleid tot op een opname. Aan een geconsulteerde psychiater vertelt de moeder dat ze al drie dagen niet heeft gegeten om, van het geld dat ze hiermee bespaard middelen te kunnen kopen. Uit een urinecontrole blijkt vervolgens dat de moeder naast Oxycondon, Temazepam en cannabis, tevens cocaïne en methadon heeft gebruikt.
Naar nu geldende medische inzichten heeft de moeder die tijdens haar zwagerschap alle hiervoor genoemde middelen is blijven gebruiken, naast de nicotine omdat zij rookt, prematuur (bij 31-weken) een kind ter wereld brengen dat op de Neonatologie Intensive-careafdeling moet worden opgenomen.
De moeder staat niet open voor hulpverlening is niet in staat voor zichzelf te zorgen, laat staan dat zij in staat is een pasgeboren kind, zelfs onder de gecontroleerde omstandigheden die het UMCG biedt, te verzorgen of op te voeden. Er zijn duidelijke signalen dat de moeder bij de eerst daarvoor geldende mogelijkheid het ziekenhuis zal verlaten en dat zij haar kind wil meenemen.

Het verzoek

De Raad vindt het in het belang van het nu nog ongeboren dringen noodzakelijk dat de verzochte kinderbeschermingsmaatregelen worden genomen. Zonder die maatregelen is er een kans dat het nu nog ongeboren kind van de moeder aan de medische zorg die het nodig heeft wordt onttrokken, daargelaten dat de moeder door haar persoonlijke problematiek niet in staat opvoedingsverantwoordelijkheid te dragen.

De beoordeling

De kinderrechter gaat bij de beoordeling van het verzoek van de Raad uit van de feiten en omstandigheden die hij hiervoor heeft opgesomd onder de kop “De feiten”. Hij vindt dat uit die feiten en omstandigheden blijkt dat een ernstig vermoeden bestaat dat de grond voor een ondertoezichtstelling is vervuld (artikel 1:255 Burgerlijk Pro Wetboek (BW). Een voorlopige ondertoezichtstelling is noodzakelijk om een acute en ernstige bedreiging voor het ongeboren Ook is het dringend en onverwijld noodzakelijk dat het ongeboren kind met spoed uit huis wordt geplaatst. Het verhoor van de belanghebbenden kan niet worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor het ongeboren kind.
De Raad en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven op de hierna genoemde zitting.
In afwachting van deze zitting zal de machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van vier weken worden verleend. Verdere beslissingen op het verzoek zal de kinderrechter pas nemen nadat de zitting heeft plaatsgevonden.
De kinderrechter zal een advocaat aan de moeder laten toevoegen, omdat de verzochte maatregelen diep ingrijpen in haar privé- en gezinsleven en voor haar in de gegeven omstandigheden niet zijn te overzien. Bijstand van een advocaat is noodzakelijk om te borgen dat de moeder goed wordt geïnformeerd over haar rechten en plichten en om tegenspraak te kunnen geven tijdens de mondelinge behandeling.
Een en ander brengt met zich dat de volgende beslissing wordt genomen.

De beslissing

De kinderrechter:
stelt het
thans nog ongeboren kind [achternaam]voorlopig onder toezicht van William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, Amsterdam, met ingang van 29 januari 2024 tot 29 april 2024;
verleent machtiging tot uithuisplaatsing van het
thans nog ongeboren kind [achternaam]bij verblijf residentieel ziekenhuis, met ingang van 29 januari 2024, voor de duur van vier weken en houdt de beslissing voor het overige aan;
verklaart de beslissing tot uithuisplaatsing uitvoerbaar bij voorraad;
bepaalt dat de Raad, mr. M.J. Flach en de overige belanghebbenden zullen worden gehoord ter zitting van
9 februari 2024 om 14:20 uur, welke zitting wordt gehouden in het gerechtsgebouw in Groningen, Guyotplein 1.
bepaalt dat deze beschikking tevens een uitnodiging is om ter zitting aanwezig te zijn; een nadere oproep zal niet worden verzonden.
Deze beslissing is mondeling gegeven door mr. B.R. Tromp, kinderrechter op 29 januari 2024. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgelegd op 30 januari 2024.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Arnhem-Leeuwarden