ECLI:NL:RBNNE:2024:2697
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen wijziging aanvullende beurs en terugvordering op basis van inkomensgegevens ouders
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de herziening van haar aanvullende beurs en de daaruit voortvloeiende terugvordering, gebaseerd op nieuwe inkomensgegevens van haar ouders uit de Basisregistratie Inkomen (BRI) over het peiljaar 2019. DUO heeft de aanvullende beurs over januari tot en met juni 2021 naar beneden bijgesteld, wat leidde tot een schuld die eiseres moet terugbetalen.
De rechtbank overweegt dat de hoogte van de aanvullende beurs volgens artikel 3.9 van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000) afhankelijk is van het toetsingsinkomen van de ouders, zoals geregistreerd in de BRI. De wettelijke bepalingen in artikel 7.1 Wsf 2000 geven DUO de bevoegdheid om de beschikking te herzien bij gewijzigde inkomensgegevens. De rechtbank oordeelt dat DUO terecht van deze gegevens is uitgegaan en de herziening en terugvordering rechtmatig zijn.
Eiseres voerde aan dat haar ouders bezwaar maken tegen het inkomensgegeven bij de Belastingdienst en dat DUO het besluit had moeten opschorten in afwachting van de uitkomst van die procedure. De rechtbank wijst dit af en stelt dat een eventuele wijziging van het toetsingsinkomen in die procedure aanleiding kan zijn voor een nieuwe herziening.
De rechtbank ziet geen aanwijzingen dat de gevolgen van het besluit onevenredig zijn en verklaart het beroep ongegrond. De terugvordering blijft in stand, de schuld is omgezet in een rentedragende lening en de aflossing is gestart met een draagkracht vastgesteld op nul euro. Eiseres krijgt geen griffierecht terug en ook geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening van de aanvullende beurs en de terugvordering wordt ongegrond verklaard.