De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 16 juli 2024 een verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een ruim twee jaar oud kind. Het kind woont sinds zijn geboorte niet bij zijn ouders, maar bij zijn oma, terwijl zijn zussen elders zijn geplaatst. De ouders kampen met persoonlijke problematiek en cognitieve beperkingen, waardoor zij de zorg onvoldoende kunnen bieden.
De kinderrechter constateert dat het kind in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd en dat de ouders de noodzakelijke zorg niet voldoende kunnen benutten. De veiligheid van het kind bij de oma als pleegouder wordt door de pleegzorgaanbieder en de gecertificeerde instelling als onvoldoende beoordeeld, mede door zorgen over mogelijke mishandeling en onveilige situaties. De kinderrechter oordeelt dat een plaatsing bij de oma niet veilig en verantwoord is en dat het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind (IVRK) en de Nederlandse wet geen ruimte laten voor een belangenafweging in dit verband.
De ondertoezichtstelling wordt verlengd tot 26 november 2024, en de machtiging tot uithuisplaatsing wordt verleend voor die duur, maar met het expliciete verbod om het kind bij de oma te plaatsen. De kinderrechter gelast een onderzoek door de Raad naar het verdere perspectief, waaronder de vraag of een vrijwillige maatregel of een gezagsbeëindigende maatregel noodzakelijk is. De zaak wordt op 12 november 2024 opnieuw mondeling behandeld. Tevens wordt ambtshalve een advocaat aan de ouders toegevoegd vanwege hun beperkte procespositie.