ECLI:NL:RBNNE:2024:2786
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt vastgesteld op 16.000 euro
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 19 juli 2024 een ontnemingsbeslissing genomen in de zaak tegen veroordeelde, die eerder is veroordeeld voor het telen van hennep en diefstal van stroom. De officier van justitie vorderde aanvankelijk een bedrag van 186.801,03 euro, dat later werd bijgesteld naar 84.000 euro. Veroordeelde stelde dat er drie oogsten waren geweest, waarvan de tweede en derde deels mislukt waren, en gaf een lagere winst aan.
Tijdens de zitting op 5 juli 2024 verklaarde veroordeelde dat de eerste oogst een winst van ongeveer 10.000 euro opleverde en de tweede en derde oogst elk ongeveer 3.000 euro. De rechtbank baseerde haar schatting op deze verklaring en het vonnis van de meervoudige strafkamer. De totale winst werd vastgesteld op 16.000 euro na aftrek van kosten.
De rechtbank oordeelde dat de verklaring van veroordeelde aannemelijk is en dat het wederrechtelijk verkregen voordeel op dit bedrag moet worden vastgesteld. Veroordeelde werd verplicht tot betaling van dit bedrag aan de Staat. Tevens werd de maximale duur van gijzeling vastgesteld op 320 dagen.
Deze beslissing volgt op de eerdere veroordeling van veroordeelde wegens het telen van hennep en diefstal van stroom, waarbij op 4 maart 2021 een hennepkwekerij in zijn woning werd aangetroffen. De rechtbank hield rekening met de omstandigheden en het bewijs in het dossier bij haar beoordeling.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht tot betaling van 16.000 euro aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.