ECLI:NL:RBNNE:2024:2814
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij aanvraag financiële tegemoetkoming
Eiser diende een aanvraag in voor een financiële tegemoetkoming op grond van de Tijdelijke regeling voor slachtoffers van geweld in de jeugdzorg. Verweerder wees deze aanvraag af en verklaarde het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.
Eiser stelde dat zijn detentie een bijzondere omstandigheid vormde waardoor de termijnoverschrijding verschoonbaar zou zijn. Hij voerde aan dat hij telefonisch niet bereikbaar was en daarom een brief met uitleg had gestuurd. Verweerder betoogde dat detentie geen bijzondere omstandigheid is en dat eiser een derde had kunnen inschakelen.
De rechtbank paste het aangepaste toetsingskader van artikel 6:11 Awb Pro toe, zoals geformuleerd door het College van Beroep voor het bedrijfsleven in januari 2024. Hieruit volgt dat bijzondere omstandigheden alleen leiden tot verschoonbaarheid als er geen verwijtbaarheid is en het bezwaar zo spoedig mogelijk is ingediend.
De rechtbank oordeelde dat detentie geen bijzondere omstandigheid is die verwijtbaarheid uitsluit, zeker omdat eiser geen derde inschakelde. Bovendien werd het bezwaarschrift ruim een jaar na het primaire besluit ingediend, wat niet spoedig is. Daarom is de termijnoverschrijding niet verschoonbaar en is het beroep ongegrond verklaard.
Eiser krijgt geen griffierecht terug en geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter N.M. van Waterschoot op 17 juli 2024.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.