Uitspraak
De werknemer kan het IKB besteden aan:
1. De werknemer kan elke maand een keuze maken om het IKB te besteden. Hij heeft voor
Ik wil in aanmerking komen voor de belastingvrije vergoeding voor de reiskosten van woonwerkverkeer bij gebruik van een eigen vervoermiddel. Dit op grond van artikel 4 van Pro de “Uitvoeringsregeling individueel keuzebudget [belanghebbende] ”.”
4.2. Ongewijzigd doorlopen vaste reiskostenvergoeding
11.Inwerkingtreding
14.Inwerkingtreding en vervaldatum
dat de werkgever die een vaste reiskostenvergoedingaanbiedthier nu in deze thuiswerktijden geen gevolgen aan hoeft te verbinden.” (onderstreping door de rechtbank). Uit deze toelichting kan naar het oordeel van de rechtbank, veeleer worden afgeleid dat toepassing van de goedkeuring geldt voor aangeboden reiskostenvergoedingen. Anders dan rechtbank Noord-Holland in zijn uitspraak van 24 april 2023 heeft geoordeeld [4] , naar welke uitspraak de inspecteur heeft gewezen, leest de rechtbank in het besluit van 14 april 2020 dus niet dat de goedkeuring enkel ziet op reiskostenvergoedingen die reeds vóór 13 maart 2020 waren toegekend.
bestaande- en dus niet voor nieuwe - regelingen voor onbelaste (reiskosten)vergoedingen, er geen gevolgen worden verbonden aan het gewijzigde reispatroon ten gevolge van corona. De rechtbank leidt dit mede af uit de door de staatssecretaris van Financiën in de toegevoegde toelichting op de goedkeuringen genoemde datum van 12 maart 2020. Aan het in de toelichting opgenomen begrip "onvoorwaardelijk recht" kent de rechtbank in zoverre geen bijzondere betekenis toe anders dan dat daarmee gedoeld is op reeds
bestaanderegelingen. Een dergelijke uitleg sluit naar het oordeel van de rechtbank het meest aan bij de overigens inhoudelijk niet gewijzigde tekst van de goedkeuring en de uit de brief van 14 april 2020 volgende doel en strekking daarvan. De rechtbank wijst daarbij ook op de onder 2.7. vermelde slotzin van de brief van de staatssecretaris van Financiën: “
Dit betekent dat de werkgever voor deze periode mag blijven uitgaan van het reispatroon waar de vergoeding al op gebaseerd was.”, waaruit het doel en strekking blijkt. Ten slotte overweegt de rechtbank op dit punt dat niet in geschil is dat de IKB-regeling bij belanghebbende een reeds voor 13 maart 2020 bestaande regeling was.