Stichting Het Drentse Landschap (HDL) vordert een verbod op de verkoop van een perceel natuurgrond door de gemeente Aa en Hunze aan een camping, tenzij een openbare en nondiscriminatoire selectieprocedure wordt gevolgd. De gemeente wil het perceel verkopen onder de voorwaarde dat de bestemming wordt gewijzigd naar recreatie, passend bij de uitbreiding van de aangrenzende camping. HDL stelt dat de gemeente hiermee in strijd handelt met het Didam-arrest van de Hoge Raad, omdat er geen objectieve, toetsbare en redelijke criteria zijn gehanteerd om andere gegadigden een kans te geven.
De voorzieningenrechter overweegt dat het gelijkheidsbeginsel en het Didam-arrest vereisen dat een overheidslichaam bij verkoop van onroerende zaken ruimte moet bieden aan meerdere gegadigden, tenzij redelijkerwijs kan worden aangenomen dat er slechts één serieuze gegadigde is. De gemeente heeft gesteld dat alleen de aangrenzende camping aan de criteria voldoet, maar dit is onvoldoende onderbouwd. Andere campings worden hierdoor uitgesloten zonder redelijke grond.
Echter, HDL kan geen serieuze gegadigde zijn omdat zij het perceel alleen wil kopen met de bestemming natuur, terwijl de gemeente alleen wil verkopen als de bestemming wordt gewijzigd naar recreatie. HDL heeft dit onvoldoende weersproken. Hierdoor heeft HDL onvoldoende belang bij haar vorderingen en worden deze afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd omdat beide partijen deels in het ongelijk zijn gesteld.