Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om een inspectierapport van augustus 2024 openbaar te maken en tegen een gegeven aanwijzing. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening behandeld en een belangenafweging gemaakt tussen het belang van de minister bij directe uitvoering en het belang van verzoekster om eerst een inhoudelijk oordeel over het rapport af te wachten.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het belang van verzoekster zwaarder weegt, mede omdat zij reeds bezig is met het doorvoeren van de vereiste verbeteringen en schade aan haar bedrijfsvoering door openbaarmaking kan worden voorkomen. Daarom wordt de openbaarmaking van het inspectierapport en de aanwijzing geschorst tot zes weken na de beslissing op het bezwaar.
Ten aanzien van de aanwijzing zelf ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding voor een voorlopige voorziening, mede omdat partijen hebben afgesproken in gesprek te gaan over onduidelijkheden en communicatie.
Verder wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van verzoekster, waaronder rechtsbijstand, reiskosten en kosten voor een deskundige, in totaal € 2.433,27.