ECLI:NL:RBNNE:2024:3899
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens selectieve betaling en gebrek aan goede trouw
Verzoekers hebben een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling ingediend na een minnelijk traject. Tijdens de procedure bleek dat zij een bedrag van €6.345,64, afkomstig uit de afkoop van een polis, hadden gebruikt om een lening af te lossen bij de moeder van een van hen, terwijl deze schuld niet was opgenomen in het schuldenoverzicht en waarschijnlijk niet in de WSNP zou worden ingediend.
De rechtbank oordeelde dat deze selectieve betaling in de fase tussen het minnelijke traject en de aanvraag van de WSNP onaanvaardbaar is. Verzoekers hadden de opbrengst moeten aanhouden om deze te verdelen onder alle schuldeisers volgens de schuldsaneringsregeling. Door slechts één schuldeiser te betalen, handelden zij niet te goeder trouw ten opzichte van de overige schuldeisers.
Daarnaast concludeerde de rechtbank dat verzoekers in het minnelijke traject niet het maximaal haalbare bod hebben gedaan, ondanks hun verklaring in het overdrachtsdocument. Gezien deze feiten voldoet het verzoek niet aan artikel 288 lid Pro 1, aanhef en onder b van de Faillissementswet.
Bijzondere omstandigheden die toelating tot de schuldsaneringsregeling zouden kunnen rechtvaardigen, zijn niet aangevoerd of gebleken. Daarom wijst de rechtbank de verzoeken af.
Uitkomst: Verzoeken tot toepassing van de schuldsaneringsregeling worden afgewezen wegens selectieve betaling en gebrek aan goede trouw.