Eiser verzocht het college van burgemeester en wethouders van Emmen om handhavend op te treden tegen het parkeren van voertuigen op de Brink, een groenstrook bij zijn woning. Het college wees dit verzoek af met het argument dat het parkeren langs de weg en berm is toegestaan en dat de Brink niet als een park of plantsoen geldt.
De rechtbank oordeelde dat de Brink als een groenstrook moet worden aangemerkt vanwege de aanwezige bomen, speelvoorzieningen en het bestemmingsplan. Parkeren op deze groenstrook is verboden op grond van artikel 5:8, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening Emmen (APV).
Het beroep van eiser tegen het besluit van 25 oktober 2022 is gegrond verklaard, het besluit vernietigd voor zover het het handhavingsverzoek betreft, en het college opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens moet het college het griffierecht aan eiser vergoeden.