Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
vonnis van 27 september 2024
wonende te [adres] ,
Rechtbank Noord-Nederland
De schuldenaar is op 20 september 2023 toegelaten tot de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen (WSNP) met een looptijd van 18 maanden. Hij had voorafgaand aan de toelating al aflossingen gedaan in een minnelijk traject (MSNP) en verzocht later om verkorting van de looptijd van de WSNP met 10 maanden.
De rechter-commissaris wees dit verzoek op 26 juni 2024 af, waarna de schuldenaar hoger beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank stelt vast dat de ingangsdatum van de WSNP bij het toelatingsvonnis is vastgesteld en dat de schuldenaar tegen deze datum niet tijdig hoger beroep heeft ingesteld bij het gerechtshof.
De rechtbank oordeelt dat de rechter-commissaris bevoegd blijft om op grond van artikel 349a lid 2 Fw de looptijd van de WSNP te wijzigen, ook als bij toelating geen verzoek tot eerdere ingangsdatum is gedaan. Echter, het verzoek van de schuldenaar is onvoldoende onderbouwd omdat hij geen bewijsstukken overlegd heeft waaruit blijkt dat hij aan de voorwaarden voor verkorting voldoet.
Daarom is het beroep van de schuldenaar tegen de afwijzing van zijn verzoek tot verkorting van de looptijd van de WSNP ongegrond en wordt het beroep afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van de schuldenaar tegen de afwijzing van zijn verzoek tot verkorting van de looptijd van de WSNP wordt afgewezen.