ECLI:NL:RBNNE:2024:399
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot schorsing concurrentie- en relatiebeding wegens zwaarwegend belang werkgever
De zaak betreft een kort geding tussen werknemer [eiser sub 1] en werkgever Encor B.V. over de schorsing van het concurrentie- en relatiebeding in de arbeidsovereenkomst. Werknemer vordert schorsing om vrij te zijn binnen de branche voor aardwarmte te werken. Werkgever stelt een zwaarwegend belang bij handhaving vanwege essentiële commerciële kennis van werknemer en risico op aantasting van het bedrijfsdebiet.
De kantonrechter overweegt dat het concurrentie- en relatiebeding rechtsgeldig is overeengekomen en dat schorsing alleen kan worden toegewezen indien de werknemer niet in verhouding tot het te beschermen belang van de werkgever onbillijk wordt benadeeld. De werknemer stelt dat hij niet over unieke kennis beschikt en dat het beding zijn arbeidsvrijheid onredelijk beperkt. Werkgever betwist dit en wijst op de toegang van werknemer tot klantgegevens, prijsstellingen en marges.
De kantonrechter acht voorshands aannemelijk dat werknemer essentiële commerciële kennis bezit die bij overstap naar een concurrent kan leiden tot aantasting van het bedrijfsdebiet. Tevens is onvoldoende gebleken dat werknemer door het beding onbillijk wordt benadeeld, mede omdat toestemming kan worden gevraagd en werkgever bereid is overleg te voeren over ontheffing. De vordering tot schorsing wordt daarom afgewezen en werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot schorsing van het concurrentie- en relatiebeding wordt afgewezen vanwege het zwaarwegend belang van de werkgever.