Eiseres maakt bezwaar tegen het besluit van het college van Burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen inzake de omvang, duur en het tarief van het toegekende persoonsgebonden budget (pgb) voor individuele begeleiding van haar zoon. Het college had een pgb toegekend voor 25 uur per week tegen een tarief van €18,11 per uur, uitsluitend ter overbrugging naar plaatsing in een kinderdagcentrum (KDC), en de aanvraag vanaf 1 maart 2024 afgewezen.
De rechtbank stelt vast dat het college zich baseerde op deskundig advies van Accare en het WIJ-team, die het KDC als passend aanmerken. Eiseres bracht geen concrete, medisch objectieve tegenargumenten in die het advies konden weerleggen. Het aantal toegekende uren is gebaseerd op het normale schoolbezoek van een kind van die leeftijd en wordt door de rechtbank als redelijk beoordeeld, mede omdat het pgb slechts bedoeld is als tijdelijke overbrugging.
Ten aanzien van het tarief overweegt de rechtbank dat het gehanteerde informele tarief, afgeleid van het wettelijk minimumloon, niet in strijd is met de Jeugdwet, ondanks verwijzing naar jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep over de Wmo. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, met afwijzing van de vordering tot terugbetaling van griffierecht en proceskostenvergoeding.