ECLI:NL:RBNNE:2024:4821
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen definitieve inbeslagname gevaarlijke hond
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de definitieve inbeslagname van zijn hond, een donkergekleurde bouvier, die meerdere malen betrokken was bij bijtincidenten. De hond was op 14 oktober 2024 tijdelijk in beslag genomen en op 11 november 2024 definitief in beslag genomen door de burgemeester van Groningen, mede op basis van een risicoanalyse van de Universiteit Utrecht.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het besluit van 30 april 2024, waarin de hond gevaarlijk werd verklaard en een aanlijn- en muilkorfgebod werd opgelegd, ondanks een bevoegdheidsgebrek in werking is getreden. Verzoeker heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit gebrek bepalend was voor zijn handelen. Daarnaast wordt de juistheid van de risicoanalyse niet betwist door deskundigen en is het oordeel dat de hond niet terug kan keren naar verzoeker gegrond.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af omdat het spoedeisend belang tegen het besluit van 14 oktober 2024 ontbreekt en het verzoek tegen het besluit van 11 november 2024 onvoldoende gegrond is. De definitieve inbeslagname is gerechtvaardigd ter voorkoming van herhaling van gevaarlijke situaties.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de definitieve inbeslagname van de hond wordt afgewezen.