Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het rijden met een speedpedelec op het fietspad terwijl de verkeersregels voorschrijven dat bromfietsers de rijbaan moeten gebruiken als er geen verplicht fietspad is. Betrokkene voerde aan dat hij zich onveilig voelde op de rijbaan en dat de wegbeheerder een verwarrende situatie had gecreëerd door inconsistent bebording te plaatsen.
De kantonrechter stelde vast dat de gedraging onomstreden was, maar dat de omstandigheden waaronder deze was verricht aanleiding gaven om af te zien van een sanctie. In een eerdere zaak was al vastgesteld dat de wegbeheerder door het plaatsen van verschillende bebording op hetzelfde traject voor verwarring zorgde, waardoor betrokkene terecht twijfelde over de juiste rijstrook.
Gezien het langdurige contact van betrokkene met de wegbeheerder en de beperkte verbetering van de situatie, achtte de rechtbank het niet billijk om een sanctie op te leggen. Daarom werd het boetebedrag op nul gesteld en werd de betaalde zekerheidstelling terugbetaald.