Verzoeker ontvangt sinds maart 2024 een bijstandsuitkering van de gemeente Meppel. Na een heronderzoek naar zijn financiële situatie, waarbij sprake was van onduidelijkheden over contante stortingen en verzekeringspolissen van voertuigen, heeft het college het recht op bijstand per 1 november 2024 opgeschort en vervolgens beëindigd wegens het niet voldoen aan de medewerkingsplicht.
Verzoeker kon niet tijdig de gevraagde verzekeringspolissen overleggen en stelde dat de voertuigen op naam van zijn broer stonden, die de documenten ook niet kon verstrekken. De voorzieningenrechter oordeelt dat het college terecht de medewerkingsplicht heeft ingeroepen en dat verzoeker onvoldoende heeft meegewerkt om het recht op bijstand vast te stellen.
Het bezwaar van verzoeker heeft naar voorlopig oordeel geen redelijke kans van slagen, zodat het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen. Dit betekent dat de stopzetting van de uitkering per 1 november 2024 rechtmatig is.