ECLI:NL:RBNNE:2024:654
Rechtbank Noord-Nederland
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Ziektewet-uitkering en weigering dwangsomvergoeding door UWV bevestigd
Eiseres verzocht het UWV om toekenning van een Ziektewet-uitkering per oktober 2020 vanwege zwangerschap en vermeende arbeidsongeschiktheid. Het UWV wees deze aanvraag af omdat eiseres niet verzekerd was en later omdat er geen sprake was van arbeidsongeschiktheid door ziekte gerelateerd aan de zwangerschap. Eiseres maakte bezwaar en stelde dat het UWV onterecht geen dwangsomvergoeding toekende vanwege het niet tijdig beslissen.
De rechtbank oordeelt dat het UWV terecht het bezwaar ongegrond verklaarde. Het medisch rapport van artsen Van der Schoor en Van den Berg concludeerde dat er geen sprake was van arbeidsongeschiktheid door ziekte gerelateerd aan de zwangerschap en dat eiseres voldoende uren had kunnen werken. De rechtbank acht dit oordeel zorgvuldig en gemotiveerd.
Ook de vordering tot proceskostenvergoeding in de bezwaarfase faalt, omdat het primaire besluit niet is herroepen, maar slechts de motivering is gewijzigd. De rechtbank wijst het beroep op een dwangsomvergoeding af omdat eiseres het UWV onredelijk laat in gebreke heeft gesteld, ruim vijf maanden na het verstrijken van de beslistermijn. Contacten tussen partijen na de beslistermijn rechtvaardigen de late ingebrekestelling niet.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de vergoeding van griffierecht en proceskosten af. De uitspraak is gedaan door rechter Jonkers-Vellinga en griffier Havinga op 15 februari 2024.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de Ziektewet-uitkering en de weigering van een dwangsomvergoeding.