ECLI:NL:RBNNE:2024:850
Rechtbank Noord-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige wegens schadelijke gevolgen
De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) om een machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen voor een tweejarige minderjarige die sinds kort weer bij haar moeder woont na een eerdere uithuisplaatsing. De GI vreest dat de veiligheid van het kind bij de moeder niet langer gewaarborgd is vanwege escalaties tussen de ouders, die in het bijzijn van het kind hebben plaatsgevonden.
De ouders erkennen de incidenten die voortkomen uit stress rondom de bevalling van hun tweede kind en willen aan de problemen werken. De Raad voor de Kinderbescherming benadrukt het risico van blootstelling aan huiselijk geweld voor de ontwikkeling van het kind, maar twijfelt aan de effectiviteit en noodzaak van een nieuwe uithuisplaatsing, gezien de voorgeschiedenis en het belang van terugplaatsing.
De kinderrechter weegt de negatieve effecten van huiselijk geweld op de ontwikkeling van het kind af tegen de mogelijke schadelijke gevolgen van een tweede uithuisplaatsing. Gezien de recente terugplaatsing, de emotionele en fysieke belasting van de moeder door de bevalling en de positieve aspecten van de huidige opvoedsituatie, besluit de kinderrechter het verzoek af te wijzen. De beschikking is op 13 maart 2024 uitgesproken en op 14 maart 2024 schriftelijk vastgesteld.
Uitkomst: Verzoek tot machtiging tot uithuisplaatsing wordt afgewezen wegens schadelijke gevolgen van een tweede uithuisplaatsing.