ECLI:NL:RBNNE:2024:930
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering toestemming beveiligingswerkzaamheden wegens onvoldoende betrouwbaarheid
Eiser verzocht toestemming om beveiligingswerkzaamheden te verrichten, welke door de korpschef werd geweigerd wegens twijfel aan zijn betrouwbaarheid. De weigering was gebaseerd op een veroordeling voor openlijke geweldpleging in 2019, een strafbeschikking in 2020 en een recente melding van agressief gedrag jegens een huisarts.
Eiser voerde aan dat hij geen geweld had gepleegd, dat de incidenten lang geleden waren en dat hij sindsdien geen twijfelachtig gedrag had vertoond. Ook stelde hij dat de terugkijktermijn verkort had moeten worden op grond van de hardheidsclausule. De korpschef handhaafde de weigering, stellende dat betrouwbaarheid voor beveiligingswerkzaamheden boven elke twijfel moet staan.
De rechtbank oordeelde dat de korpschef zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat eiser onvoldoende betrouwbaar is. De veroordelingen en recente melding rechtvaardigen de weigering. De hardheidsclausule werd niet toegepast omdat het plegen van openlijke geweldpleging niet verenigbaar is met beveiligingswerkzaamheden en de recente melding van agressief gedrag relevant is.
De rechtbank concludeerde dat de weigering proportioneel en rechtmatig is en dat eiser het griffierecht niet terugkrijgt. Het beroep is ongegrond verklaard en de weigering van toestemming blijft in stand.
Uitkomst: De rechtbank handhaaft de weigering van toestemming voor beveiligingswerkzaamheden wegens onvoldoende betrouwbaarheid van eiser.