ECLI:NL:RBNNE:2025:108
Rechtbank Noord-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Aanhouding gezagsbeëindiging en nader onderzoek naar perspectief minderjarige in pleeggezin
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank om het gezag van de ouders over de twee maanden oude minderjarige te beëindigen, subsidiair om ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen. De Raad baseerde dit op ernstige zorgen over de opvoedcapaciteiten van de ouders, die meerdere negatieve ouderschapsbeoordelingen hebben gekregen en onvoldoende leerbaar zijn gebleken.
De moeder stemt in met het perspectief van plaatsing in een pleeggezin en heeft vrijwillig ingestemd met de plaatsing van de baby kort na de geboorte. De vader hecht vooral aan contact met zijn zoon. De GI onderschrijft de zorgen en acht een nieuwe ouderschapsbeoordeling niet in het belang van het kind.
De rechter oordeelt dat onvoldoende is aangetoond dat het gezag beëindigd moet worden en dat de ontwikkeling van het kind niet ernstig wordt bedreigd. Er is noodzaak voor nader onderzoek naar de mogelijkheden dat ouders duurzaam instemmen met het pleegzorgperspectief en naar de samenplaatsing met de oudere broer. De beslissing wordt aangehouden en een mondelinge behandeling gepland over negen maanden.
Uitkomst: Beslissing over gezagsbeëindiging en uithuisplaatsing wordt aangehouden voor negen maanden met nader onderzoek en rapportage.