Uitspraak
[naam] , uit [plaats] , eiseres
de heffingsambtenaar van de gemeente Midden-Groningen
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
te hoogis vastgesteld. De WOZ-waarde kan immers per definitie niet op een
juistewaarde worden vastgesteld, omdat de woning waarvan de waarde in geschil is nu eenmaal – uitzonderlijke gevallen daargelaten – niet op de waardepeildatum wordt verkocht. Wanneer de WOZ-waarde in bezwaar wordt bijgesteld, betekent dat dus dat er een te hoge waarde is vastgesteld. Dat impliceert naar het oordeel van de rechtbank dat de heffingsambtenaar rekening houdt met het feit dat altijd sprake is van een bandbreedte: hij zal de waarde in bezwaar niet verlagen indien het in bezwaar aangevoerde argument wel hout snijdt, maar niet zodanig dat de waarde buiten de bandbreedte valt. Wanneer het aangevoerde argument (na heroverweging) wél tot verlaging van de waarde leidt, is bij het opleggen van de aanslag dus sprake van een aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid.
uitsluitendhet gevolg was van de handelwijze van de belanghebbende. Het is dus niet voldoende dat de noodzaak tot het instellen van bezwaar
medevoortvloeide uit de handelwijze van de belanghebbende. Het standpunt van de heffingsambtenaar vindt naar het oordeel van de rechtbank dan ook geen steun in recht.
vraagt.De stelling dat wanneer informatie pas in de loop van een procedure wordt aangeleverd, dit ertoe moet leiden dat de onrechtmatigheid van een besluit niet aan het bestuursorgaan is te wijten, wordt ook ontkracht in bijvoorbeeld de door eiseres aangehaalde uitspraak van gerechtshof Amsterdam van 21 september 2021 [4] .