Op 14 december 2023 verleende het college een omgevingsvergunning voor de bouw van een ligboxenstal. Eiseres stelde beroep in tegen dit besluit en voerde aan dat de ligboxenstal en de monomestvergister één project vormen in de zin van de Wet natuurbescherming (Wnb), waardoor de vergunning onterecht is verleend.
De rechtbank overwoog dat de activiteiten van de ligboxenstal en de monomestvergister naar aard, tijd en afstand van elkaar te onderscheiden zijn en dat er geen onlosmakelijke samenhang bestaat. De stelling dat de monomestvergister afhankelijk is van de ligboxenstal werd onvoldoende onderbouwd. Ook is de vergunning voor de ligboxenstal terecht beoordeeld op basis van de Wabo-criteria, aangezien de Wnb-vergunning tijdig is aangevraagd.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat eiseres geen recht heeft op terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter M.S. van den Berg op 13 juni 2025.