ECLI:NL:RBNNE:2025:2363
Rechtbank Noord-Nederland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor niet verzekeren motorrijtuig ondanks onderhoudsperiode
Aan betrokkene is een boete opgelegd wegens het niet afsluiten en in stand houden van een verplichte verzekering voor een motorrijtuig, vastgesteld op 22 mei 2023 via een RDW-registercontrole. Betrokkene stelde dat het voertuig in onderhoud was bij een garage en daarom niet in gebruik, en dat het voertuig niet verzekerd kon worden vanwege het ontbreken van een geldige APK-keuring. Tevens voerde betrokkene aan dat de boete onterecht was omdat deze was opgelegd door een computer zonder opsporingsbevoegdheid.
De vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie voerde aan dat het voertuig niet geschorst was gedurende de betreffende periode en dat het wel mogelijk is een voertuig zonder geldige APK te verzekeren. De RDW heeft de bevoegdheid om boetes op te leggen op grond van artikel 45a Wegenverkeerswet 1994.
De kantonrechter stelde vast dat de gedraging, het niet verzekeren van het voertuig, vaststaat en dat er geen feiten of omstandigheden zijn die aanleiding geven tot matiging of vernietiging van de sanctie. De boete werd daarom gehandhaafd. De oplegging kon worden toegerekend aan een bevoegde ambtenaar van de RDW, waarvan gegevens openbaar zijn gemaakt volgens het Besluit van de Minister van Veiligheid en Justitie.
De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en wees op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na toezending van de beslissing.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens het niet verzekeren van het motorrijtuig wordt ongegrond verklaard en de boete van €409,00 gehandhaafd.