ECLI:NL:RBNNE:2025:2367

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
12 juni 2025
Publicatiedatum
17 juni 2025
Zaaknummer
11301269 BU VERZ 24-2188
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
  • W.B. Jongsma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13a WahvArt. 7:28 AwbArt. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Kantonrechter matigt verkeersboete wegens schending hoorplicht en redelijke termijn

Aan betrokkene werd een boete opgelegd wegens het overschrijden van een doorgetrokken streep op 22 februari 2023. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, dat door de officier van justitie ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.

Tijdens de zitting op 12 juni 2025 voerde de gemachtigde van betrokkene aan dat ten onrechte geen staandehouding had plaatsgevonden en dat de boete met 25% gematigd moest worden wegens schending van de hoorplicht. De officier van justitie stelde dat de boete met 50% gematigd moest worden wegens hoorplicht en redelijke termijn.

De kantonrechter stelde vast dat de gedraging vaststond en geen aanleiding bestond tot vernietiging van de boete. Wel werd de boete met 25% gematigd wegens schending van de hoorplicht en nogmaals met 25% wegens overschrijding van de redelijke termijn, waardoor de boete werd verlaagd tot €149,63. De officier van justitie werd veroordeeld in de proceskosten van €453,50. Er was geen sprake van aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid, zodat kosten in administratief beroep niet werden vergoed.

Uitkomst: De boete is gematigd tot €149,63 wegens schending van de hoorplicht en overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 256006565
zaaknummer: 11301269 BU VERZ 24-2188

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van12 juni 2025

in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats],
(gemachtigde: mr. N.G.A. Voorbach, Verkeersboete.nl).

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘als bestuurder de doorgetrokken streep overschrijden (verkeer in beide richtingen)’, verricht op 22 februari 2023, om 06:30 uur, op de Westergoawei in Húns, Gemeente Leeuwarden, met een personenauto, met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 259,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op de zitting van 12 juni 2025 behandeld. Daarbij was aanwezig: de vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. S. Bayram.
1.3.
Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Standpunten
2. Gemachtigde voert aan dat betrokkene ten onrechte niet is staandegehouden. De verklaring ‘privéauto’ is geen toereikende reden om af te zien van staandehouding. Verder voert gemachtigde, onder verwijzing naar eerdere uitspraken, aan dat de boete met 25% gematigd moet worden omdat de hoorplicht is geschonden. Gemachtigde verzoekt om vergoeding van de proceskosten.
3. De vertegenwoordigster is van mening dat de boete twee keer met 25% gematigd moet worden, omdat de hoorplicht en de redelijke termijn zijn geschonden. Voor het overige dient het beroep ongegrond te worden verklaard.
Overwegingen
4. Gemachtigde betwist de gedraging niet, maar voert argumenten aan ter verklaring. Daarmee is de gedraging komen vast te staan. Vervolgens is de vraag of er feiten en omstandigheden zijn die aanleiding geven tot een wijziging van de sanctie.
5. De kantonrechter ziet in hetgeen door gemachtigde is aangevoerd geen aanleiding om de boete te vernietigen. De verbalisant heeft verklaard dat staandehouding niet mogelijk was, omdat hij in zijn privéauto naar werk reed. Doorgaans zijn dan geen middelen aanwezig om staande te houden. [1] Dat dit in dit geval anders zou zijn, is niet gebleken. De sanctie mocht daarom aan de kentekenhouder worden opgelegd.
6. De vertegenwoordigster heeft ter zitting aangevoerd dat de officier van justitie de hoorplicht heeft geschonden. De kantonrechter ziet hierin aanleiding om de boete te matigen met 25% tot een bedrag van: € 196,50 (inclusief administratiekosten). [2]
7. De kantonrechter zal het resterende bedrag van de boete opnieuw matigen met 25% tot € 149,63 (inclusief administratiekosten), omdat de redelijke termijn is geschonden. [3] In deze zaak is namelijk meer dan twee jaar verstreken tussen het moment waarop betrokkene kon verwachten dat hij een boete zou krijgen en deze uitspraak.
8. Omdat de kantonrechter het beroep gedeeltelijk gegrond zal verklaren zal hij de officier van justitie veroordelen in de proceskosten van betrokkene in de kantonfase. Er is geen sprake van een aan het bestuursorgaan (de ambtenaar die de sanctie heeft opgelegd) te wijten onrechtmatigheid als bedoeld in artikel 13a, eerste lid, van de Wahv juncto artikel 7:28, tweede lid, van de Awb zodat de in administratief beroep gemaakte kosten niet voor vergoeding in aanmerking komen. [4] Hij zal één punt toekennen voor het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter met een waarde van € 907,00. Gelet op de aard van de zaak past de kantonrechter de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toe. Hij zal de officier van justitie veroordelen in de kosten van € 453,50.
9. Artikel 13a, vijfde lid, van de Wahv regelt dat uitbetalingen op grond van een uitspraak op beroep op grond van deze wet uitsluitend plaatsvinden op een bankrekening die op naam staat van degene aan wie de boete is opgelegd. Gelet op de jurisprudentie is de kantonrechter niet bevoegd om over deze feitelijke uitvoering van zijn beslissing een oordeel te geven. [5]

Conclusie

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
  • vernietigt die beslissing;
  • wijzigt de inleidende beschikking en matigt de sanctie tot € 149,63 (inclusief administratiekosten);
  • bepaalt dat betrokkene het teveel betaalde aan zekerheidstelling terugkrijgt;
  • veroordeelt de officier van justitie in de proceskosten van betrokkene van € 453,50.
Waarvan proces-verbaal,
mr. W.B. Jongsma, griffier mr. H.J. Bastin, kantonrechter

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
Afschrift verzonden aan partijen op:

Voetnoten

1.Hof Arnhem-Leeuwarden 29 oktober 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:8844.
2.Hof Arnhem-Leeuwarden 13 mei 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:2912, r.o. 12.
3.Artikel 6, eerste lid, van het EVRM.
4.Hof Arnhem-Leeuwarden 13 mei 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:2912.
5.Hof Arnhem-Leeuwarden 17 juni 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:4051.