ECLI:NL:RBNNE:2025:2539
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G. Knuttel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last onder dwangsom wegens onduidelijke begunstigingstermijn en onvoldoende motivering
De zaak betreft het opleggen van drie lasten onder dwangsom aan eiser vanwege het gebruik van een strook grond naast zijn woning in strijd met het bestemmingsplan 'Bedum Kern'. De lasten betroffen het staken van opslag, beëindigen van gebruik als tuin en verwijderen van verharding. De rechtbank bevestigt dat het gebruik in strijd is met het bestemmingsplan, maar oordeelt dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd dat de verharding ook een overtreding van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) vormt.
Daarnaast is het besluit in strijd met artikel 5:32a, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) omdat onduidelijk is binnen welke termijn eiser aan de lasten moet voldoen om verbeurte van dwangsommen te voorkomen. De rechtbank vernietigt daarom het besluit en draagt het college op binnen 8 weken een nieuw besluit te nemen. Verder moet het college het griffierecht en proceskosten aan eiser vergoeden.
De rechtbank behandelt ook diverse beroepsgronden van eiser, waaronder het overgangsrecht, het begrip uitweg, en het evenredigheidsbeginsel. De meeste van deze gronden worden verworpen, behalve dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd dat de verharding een belemmering vormt voor het beheer van de weg en dat de verharding geen uitweg is. De rechtbank benadrukt dat het besluit voldoende duidelijkheid moet bieden over de begunstigingstermijn en de inhoud van de lasten.
Uitkomst: Het besluit tot opleggen van lasten onder dwangsom wordt vernietigd wegens onduidelijke begunstigingstermijn en onvoldoende motivering.