ECLI:NL:RVS:2023:1141
Raad van State
- Hoger beroep
- G.T.J.M. Jurgens
- G.O. van Veldhuizen
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last onder dwangsom wegens onvoldoende duidelijkheid maatwerkvoorschrift stofemissie
Maltha Glasrecycling B.V. kreeg van het college van burgemeester en wethouders van Moerdijk een last onder dwangsom opgelegd om overtredingen van maatwerkvoorschrift 7.2.2 te beëindigen, dat betrekking heeft op het voorkomen van visuele stofemissie op het perceel Glasweg 7 te Heijningen. Na bezwaar en beroep verklaarde de rechtbank het besluit van het college ongegrond, maar Maltha stelde dat het maatwerkvoorschrift evident onrechtmatig was en dat de last onvoldoende duidelijk was.
De Raad van State overweegt dat voorschriften die niet zijn vernietigd in bezwaar- of beroepsprocedures in principe afdwingbaar zijn, tenzij evident is dat het voorschrift niet gesteld had mogen worden. De Raad oordeelt dat de aangevoerde gronden niet leiden tot de conclusie dat het maatwerkvoorschrift evident onrechtmatig is.
Wel oordeelt de Raad dat de last onder dwangsom onvoldoende duidelijk is geformuleerd, omdat het maatwerkvoorschrift een strikte resultaatsverplichting bevat die Maltha mogelijk niet kan naleven ondanks het treffen van maatregelen. Het college heeft nagelaten expliciet te vermelden wat Maltha moet doen om een dwangsom te voorkomen, waardoor de last in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel.
De Raad vernietigt daarom het besluit van 5 december 2019 voor zover het de last betreffende overtreding van maatwerkvoorschrift 7.2.2 in stand hield, herroept het besluit van 3 juli 2019 voor dat onderdeel en vernietigt ook de invorderingsbesluiten van 23 april 2020 en 19 mei 2022. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De last onder dwangsom betreffende overtreding van maatwerkvoorschrift 7.2.2 wordt vernietigd wegens onvoldoende duidelijkheid, en de invorderingsbesluiten worden eveneens vernietigd.