De rechtbank Noord-Nederland heeft op 24 januari 2025 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen het verlenen van een omgevingsvergunning door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tynaarlo. De vergunning betrof de transformatie van een oude melkfabriek tot 18 wooneenheden met bedrijfs- en kantoorfuncties inclusief parkeerplaatsen. Het college had de vergunning verleend op 16 maart 2023 en het bezwaar van eiser op 13 juli 2023 ongegrond verklaard.
Eiser stelde onder meer dat de kruimelgevallenregeling ten onrechte was toegepast, dat het project een stedelijk ontwikkelingsproject zou zijn, dat natuurtoestemming ontbrak, dat de parkeer- en verkeerssituatie onvoldoende was onderzocht en dat het project in strijd was met de Provinciale Omgevingsverordening Drenthe. De rechtbank oordeelde dat het project niet als stedelijk ontwikkelingsproject kan worden aangemerkt en dat de kruimelgevallenregeling terecht is toegepast. Ook werd geoordeeld dat de natuurtoestemming niet vereist is en dat het relativiteitsvereiste van artikel 8:69a Awb aan eiser kan worden tegengeworpen.
Verder vond de rechtbank dat de parkeertoets deugdelijk was en dat voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein konden worden gerealiseerd. De verkeersgeneratie werd als gering beoordeeld en de Hunzeweg kan deze verkeersbewegingen afwikkelen. Ten slotte werd geoordeeld dat het college niet verplicht was een kernkwaliteitenanalyse te laten uitvoeren en dat het beroep onvoldoende gemotiveerd was om het besluit te vernietigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, het bestreden besluit bleef in stand en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.