Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 10 juli 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser,
de inspecteur (gemachtigde: [naam 1] ).
Inleiding
Feiten
Corr bijt auto van 8% naar 4% over 40.910’. Op dezelfde dag heeft eiser een brief gestuurd naar de inspecteur waarin hij zijn standpunt met betrekking tot deze correctie op de bijtelling toelicht. Eiser heeft de correctie berekend door uit te gaan van het bijtellingstarief dat voor elektrische auto’s gold in 2019 (4 % in plaats van 8 %).
Beoordeling door de rechtbank
Het kabinet stelt voor de nulemissieauto’s tot 2021 onverminderd te blijven stimuleren. Dit houdt in dat voor nieuwe nulemissieauto’s op de bijtelling van 22% een korting van 18% van de waarde van de auto wordt toegepast, per saldo resulterend in een bijtelling van 4%. Gelet op de verminderde stimulering voor de (zeer) zuinige auto’s wordt de stimulering voor nulemissieauto’s dus relatief groter.
Het kabinet zet de huidige systematiek van stimulering van EV voort t/m 2025. Daarbij kiest het kabinet voor een stapsgewijze oploop van de bijtelling om oversubsidiëring te voorkomen. De bijtelling voor zakelijke rijders gaat daarom in 2020 naar 8% en het plafond waarboven deze korting niet meer geldt voor het resterende bedrag van de aanschafprijs wordt verlaagd. Hiermee zorgt het kabinet ervoor dat de stimulering gericht wordt op de aanschaf van modellen die later ook interessant zijn voor de tweedehands markt.’ [9] .
Bij dit voorstel gaat het om het resultaat van het Klimaatakkoord dat deels afwijkt van de Autobrief. Er zijn situaties waarin gewekte verwachtingen niet uitkomen. Dat kan tot geschillen en procedures leiden."
In overeenstemming met de afspraken in het Klimaatakkoord wordt bij de stimulering van elektrische auto's meer rekening gehouden met de ontwikkelingen in de markt. De verkoopcijfers van elektrische voertuigen tonen aan dat de verkoop van elektrische auto's aanvankelijk achterbleef bij de ramingen, maar dat het gevoerde beleid succesvol is en dat de verkopen de verwachtingen van de Wet uitwerking Autobrief II inmiddels ruimschoots overtreffen. In 2018 zijn ongeveer twee keer zoveel elektrische auto's verkocht als verwacht. De verkopen tot nu toe in 2019 laten zien dat ook in 2019 meer elektrische auto’s zullen worden verkocht dan eerder geraamd. Een dergelijke stijging van de verkopen is een aanwijzing dat de mate van stimulering waarschijnlijk hoger is dan noodzakelijk om het gewenste doel te bereiken. Dat is voor het kabinet aanleiding om al met ingang van 1 januari 2020 over te gaan tot een verlaging van de korting op de bijtelling voor elektrische auto's en een verlaging van de cap. De korting op de bijtelling bedraagt zoals gezegd op dit moment 18%-punt. Het kabinet stelt voor met ingang van 1 januari 2020 deze korting te verlagen tot 14%-punt en tegelijkertijd de cap te verlagen tot € 45.000 waardoor in 2020 de korting maximaal € 6300 bedraagt.
De leden van de fractie van GroenLinks lezen in de uitvoeringstoets dat het aanpassen van de bijtelling (ten opzichte van de Autobrief) kan leiden tot geschillen en procedures en vragen daarop in te gaan. Ook vragen zij of een procedure voor de burger zin heeft. Bij recente wetgeving zijn verwachtingen voor burgers gewekt over de fiscale bijtelling voor het privé gebruik van een auto van de zaak. Nu deze recent tot stand gebrachte aanpassingen met dit wetsvoorstel worden aangepast grijpt dit in op mogelijke verwachtingen en neemt de spanning op het rechtsgevoel van de burger toe. Dat zal hen eerder en sneller doen
2.4.2. (…) Wanneer, zoals in het onderhavige geval, de gestelde strijdigheid van een heffing met de door artikel 1 EP Pro beschermde uitoefening van het eigendomsrecht gebaseerd wordt op het betoog dat bij de invoering van de desbetreffende belastingmaatregel de gerechtvaardigde verwachtingen van de betrokkenen zijn geschonden, komt het erop aan of bij die invoering de zojuist genoemde “fair balance” in acht is genomen (…).
71. According to the Court’s well-established case-law, an interference, including one resulting from a measure to secure payment of taxes, must strike a ‘fair balance’ between the demands of the general interest of the community and the requirements of the protection of the individual’s fundamental rights. The concern to achieve this balance is reflected in the structure of Article 1 as a whole, including the second paragraph: there must be a reasonable relationship of proportionality between the means employed and the aims pursued. Furthermore, in determining whether this requirement has been met, it is recognised that a Contracting State, not least when framing and implementing policies in the area of taxation, enjoys a wide margin of appreciation and the Court will respect the legislature’s assessment in such matters unless it is devoid of reasonable foundation (…).
volgendejaar, dus in 2020 (bijvoorbeeld omdat een leasecontract dan afloopt), een nieuwe (elektrische) auto uit te zoeken en dat de wetgever zich realiseerde dat deze groep nu van een koude kermis thuiskomt. De wetgever hield er rekening mee dat een deel van deze mensen daartegen misschien juridisch in het geweer zou komen, en wel vanwege de breuk met de nog maar een paar jaar eerder gedane ‘beloftes’ uit de Wet uitwerking Autobrief II. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de wetgever de gevolgen van de verhoging van de bijtelling per 2020 voor gevallen zoals dat van eiser dus niet (kenbaar) meegewogen.