In deze strafzaak heeft de Rechtbank Noord-Nederland op 25 juli 2025 uitspraak gedaan in de zaak tegen een verdachte die beschuldigd werd van verkrachting en aanranding van een aangeefster op het Griekse eiland Kos op 23 augustus 2023. De rechtbank sprak de verdachte vrij van de primair ten laste gelegde verkrachting en subsidiair ten laste gelegde aanranding. De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van zowel de aangeefster als de verdachte niet voldoende bewijs boden voor de tenlastelegging. De aangeefster had verklaard dat zij tijdens een poolparty met de verdachte had gezoend en later met hem naar een appartement was gegaan. De rechtbank concludeerde dat de gedragingen van de verdachte niet onder de definitie van dwang vielen, zoals bedoeld in de artikelen 242 en 246 van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank oordeelde dat de aangeefster vrijwillig met de verdachte was meegegaan en dat er geen sprake was van een opzettelijk door de verdachte veroorzaakte bedreigende situatie. De rechtbank verklaarde de benadeelde partij, de aangeefster, niet-ontvankelijk in haar vordering tot schadevergoeding, omdat het ten laste gelegde niet bewezen was.