ECLI:NL:RBNNE:2025:3116

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
29 juli 2025
Publicatiedatum
29 juli 2025
Zaaknummer
18/035267-25
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling van verdachte voor diefstal en oplichting met gebruik van valse hoedanigheden

Op 29 juli 2025 heeft de Rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, uitspraak gedaan in de zaak tegen de verdachte, die zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan diefstal en oplichting. De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verschillende feiten, waaronder het pinnen met een gestolen bankpas en het plegen van oplichting door zich voor te doen als medewerker van de politie en een bank. De slachtoffers, vaak oudere en kwetsbare personen, werden telefonisch benaderd met de mededeling dat er gevaar voor inbraak dreigde, waarna de verdachte naar hun woningen ging om waardevolle goederen op te halen. De rechtbank heeft de ernst van de feiten benadrukt, vooral gezien de impact op de slachtoffers, die niet alleen financiële schade hebben geleden, maar ook emotionele schade door het verlies van hun gevoel van veiligheid. De rechtbank heeft rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder zijn jeugdige leeftijd en eerdere veroordelingen voor soortgelijke feiten. De rechtbank heeft de vorderingen van benadeelde partijen toegewezen en de verdachte hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor de schade. De rechtbank heeft ook de tenuitvoerlegging gelast van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf, omdat de verdachte zich niet aan de voorwaarden heeft gehouden. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer, bestaande uit drie rechters, en is openbaar uitgesproken.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht
Locatie Leeuwarden
parketnummer 18/035267-25
ter terechtzitting gevoegd parketnummer 18/038862-23
vordering na voorwaardelijke veroordeling parketnummer 09/164434-22
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 29 juli 2025 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2004 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] ,
thans gedetineerd in de [instelling] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 15 juli 2025. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. M. van Stratum, advocaat te Den Haag.
Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. H. Mous.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1
hij in of omstreeks de periode van 20 januari 2025 tot en met 1 februari 2025 te
Leeuwarden en/of Workum en/of Woubrugge en/of Rijnsburg en/of Staphorst en/of Medemblik, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
  • sieraden (verpakt in een sieradendoosje),
  • contante geldbedragen,
  • bankpassen, en/of
  • een mobiele telefoon,
in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan
  • [slachtoffer 1] (zaaksdossier 1, p. 248 e.v.),
  • [slachtoffer 2] (zaaksdossier 2, p. 262 e.v.),
  • [slachtoffer 3] (zaaksdossier 4, p. 302 e.v.),
  • [slachtoffer 4] (zaaksdossier 5, p. 339 e.v.),
  • [slachtoffer 5] (zaaksdossier 6, p. 352 e.v.), en/of
  • [slachtoffer 6] (zaaksdossier 7, p. 381 e.v.)
in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen sieraden en/of contante geldbedragen en/of bankpassen en/of mobiele telefoon onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid, of door listige kunstgrepen, of door een samenweefsel van verdichtsels, door bovengenoemde
slachtoffers - zakelijk weergegeven -
  • telefonisch te benaderen en zich voor te doen als medewerker van de politie,
  • hen voor te houden dat er gevaar voor inbraak dreigde en/of op een andere wijze
voor te houden dat er een probleem was en dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), hen zou(den) helpen het probleem te verhelpen door hen (onder andere) te verzoeken waardevolle goederen zoals sieraden en/of contante bedragen en/of bankpassen ter veiligstelling en/of taxatie klaar te leggen,
- naar de woning van bovengenoemde slachtoffers toe te gaan om de genoemde
waardevolle goederen te fotograferen en/of in ontvangst te nemen en/of mee te nemen, en/of
- eenmaal binnen in de woning (terwijl bovengenoemde slachtoffers hun aandacht
elders hadden) de (klaar gelegde) sieraden en/of contante geldbedragen en/of bankpassen en/of mobiele telefoon mee te nemen;
2
hij in of omstreeks de periode van 20 januari 2025 tot en met 1 februari 2025 te Leeuwarden en/of Workum en/of Woubrugge en/of Rijnsburg en/of Staphorst en/of Medemblik, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een of meer personen, te weten
  • [slachtoffer 1] (zaaksdossier 1, p. 248 e.v.),
  • [slachtoffer 2] (zaaksdossier 2, p. 262 e.v.),
  • [slachtoffer 3] (zaaksdossier 4, p. 302 e.v.),
  • [slachtoffer 4] (zaaksdossier 5, p. 339 e.v.),
  • [slachtoffer 5] (zaaksdossier 6, p. 352 e.v.), en/of
  • [slachtoffer 6] (zaaksdossier 7, p. 381 e.v.)
heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten
  • sieraden (verpakt in een sieradendoosje),
  • contante geldbedragen,
  • bankpassen, en/of
  • een mobiele telefoon,
door bovengenoemde slachtoffers - zakelijk weergegeven -
  • telefonisch te benaderen en zich voor te doen als medewerker van de politie,
  • hen voor te houden dat er gevaar voor inbraak dreigde en/of op een andere wijze voor te houden dat er een probleem was en dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), hen zou(den) helpen het probleem te verhelpen door hen (onder andere) te verzoeken waardevolle goederen zoals sieraden en/of contante bedragen en/of bankpassen ter veiligstelling en/of taxatie klaar te leggen, en/of
  • naar de woning van bovengenoemde slachtoffers toe te gaan om de genoemde waardevolle goederen te fotograferen en/of in ontvangst te nemen en/of mee te nemen,
waardoor bovengenoemde slachtoffers werden bewogen tot voornoemde afgifte;
3
hij op of omstreeks 31 januari 2025 te Alphen aan den Rijn, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een geldbedrag, te weten in totaal 900 euro, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen geldbedrag onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een pinpas tot het gebruik waarvan hij niet gerechtigd
was en (de bijbehorende) pincode van die [slachtoffer 3] , door meermalen een geldbedrag bij een pinautomaat te pinnen;
4
hij op of omstreeks 1 februari 2025 te IJlst, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
  • [slachtoffer 7] (zaaksdossier 3, p. 279 e.v.) te bewegen tot de afgifte van enig goed, te weten
  • sieraden, en/of
  • contante geldbedragen,
die [slachtoffer 7] - zakelijk weergegeven -
  • telefonisch heeft benaderd en zich heeft voorgedaan als medewerker van de politie,
  • haar heeft voorgehouden dat er gevaar voor inbraak dreigde en/of op een andere wijze heeft voorgehouden dat er een probleem was en dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), haar zou(den) helpen het probleem te verhelpen door die [slachtoffer 7] (onder andere) te verzoeken waardevolle goederen zoals sieraden en/of contante bedragen ter veiligstelling en/of taxatie klaar te leggen, en/of
  • naar de woning van die [slachtoffer 7] is toegegaan om de genoemde waardevolle goederen te fotograferen en/of in ontvangst te nemen en/of mee te nemen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
parketnummer 18-038862-23
1
hij, op of omstreeks 7 februari 2023 te Gieten, gemeente Aa en Hunze, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 8] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed en/of het ter beschikking stellen van gegevens, te weten een bankpas met bijbehorende pincode, kopieën/foto's van een paspoort en/of een telefoonnummer, door:
  • telefonisch contact te zoeken met voornoemde [slachtoffer 8] en zich daarbij voor te doen als medewerker van een bank (te weten de Rabobank), met de mededeling dat er geld van haar rekening is gehaald en/of dan wel is gepoogd om geld af te schrijven en/of
  • vervolgens naar de woning van voornoemde [slachtoffer 8] te gaan en zich voor te doen als medewerker van de bank, te weten de Rabobank en/of
  • vervolgens [slachtoffer 8] te verzoeken om haar bankpas en/of pincode af te staan en/of een kopieën/foto's van haar paspoort en/of haar telefoonnummer ter beschikking te stellen;
2
hij, op of omstreeks 7 februari 2023 te Gieten, gemeente Aa en Hunze, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
[slachtoffer 9] te bewegen tot de afgifte van enig goed en/of het ter beschikking stellen van gegevens, te weten een bankpassen en/of bijbehorende pincodes,door:
  • telefonisch contact heeft gezocht met voornoemde [slachtoffer 9] en zich daarbij voor te doen als medewerker van een bank (te weten de Rabobank), met de mededeling dat er geld van haar rekening is gehaald en/of dan wel is gepoogd om geld af te schrijven en/of dat haar bankpassen vervangen zouden moeten worden en/of
  • vervolgens naar de woning van voornoemde [slachtoffer 9] is gegaan en zich voor te doen als medewerker van de bank, te weten de Rabobank en/of
  • met het doel om [slachtoffer 9] te verzoeken om haar bankpas en/of pincode af te staan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het onder feit 1, 2, 3 en 4 en het onder parketnummer 18/038862-23 feit 1 en 2 ten laste gelegde.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft aangevoerd dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen, gelet op de bekennende verklaring van verdachte.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht het onder feit 1, 2, 3 en 4 en het onder parketnummer 18/038862-23 feit
1. en 2 wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte deze feiten duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.
Deze opgave luidt als volgt:
de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 15 juli 2025;
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 1 februari 2025, opgenomen op pagina 248 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer [nummer] (onderzoek AETNA) d.d. 12 maart 2025, inhoudend de verklaring van [slachtoffer 1] ;
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 1 februari 2025, opgenomen op pagina 302 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van
[slachtoffer 3] ;
4. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 28 januari 2025, opgenomen op pagina 381 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van
[slachtoffer 6] ;
5. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 1 februari 2025, opgenomen op pagina 262 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van
[slachtoffer 2] ;
6. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 31 januari 2025, opgenomen op pagina 339 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van
[slachtoffer 4] ;
7. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 20 januari 2025, opgenomen op pagina 352 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van
[slachtoffer 5] ;
8. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 2 februari 2025, opgenomen op pagina 279 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van
[slachtoffer 7] .
9. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 7 februari 2023, opgenomen op pagina 101 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer [nummer] d.d. 12 juni 2023 inhoudend de verklaring van [slachtoffer 8] ;
10. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 7 februari 2023 opgenomen op pagina 16 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van
[slachtoffer 9] .

Bewezenverklaring

De rechtbank acht de feiten 1, 2, 3, 4 en parketnummer 18/038862-23 feit 1 en 2 wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
1
hij in de periode van 20 januari 2025 tot en met 1 februari 2025 te Leeuwarden en Woubrugge en Medemblik, tezamen en in vereniging met anderen,
  • sieraden,
  • contante geldbedragen,
  • bankpassen, en
  • een mobiele telefoon, die geheel of ten dele aan
  • [slachtoffer 1] ,
  • [slachtoffer 3] en
  • [slachtoffer 6]
toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen sieraden en contante geldbedragen en bankpassen en mobiele telefoon onder hun bereik hebben gebracht door middel van het aannemen van een valse naam, van een valse hoedanigheid, door listige kunstgrepen of door een samenweefsel van verdichtsels, door bovengenoemde slachtoffers - zakelijk weergegeven -
  • telefonisch te benaderen en zich voor te doen als medewerker van de politie,
  • hen voor te houden dat er gevaar voor inbraak dreigde en dat hij, verdachte, en zijn mededaders, hen zouden helpen het probleem te verhelpen door hen, onder andere, te verzoeken waardevolle goederen zoals sieraden en contante bedragen en bankpassen ter veiligstelling en taxatie klaar te leggen,
  • naar de woning van bovengenoemde slachtoffers toe te gaan om de genoemde waardevolle goederen te fotograferen en in ontvangst te nemen en mee te nemen, en
  • eenmaal binnen in de woning terwijl bovengenoemde slachtoffers hun aandacht
elders hadden de klaar gelegde sieraden en contante geldbedragen en bankpassen en mobiele telefoon mee te nemen;
2
hij in de periode van 20 januari 2025 tot en met 1 februari 2025 te Workum en Rijnsburg en Staphorst, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, personen, te weten
  • [slachtoffer 2] ,
  • [slachtoffer 4] en
  • [slachtoffer 5]
heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten
  • sieraden,
  • contante geldbedragen,
  • bankpas
door bovengenoemde slachtoffers - zakelijk weergegeven -
  • telefonisch te benaderen en zich voor te doen als medewerker van de politie,
  • hen voor te houden dat er gevaar voor inbraak dreigde en dat hij, verdachte, en zijn mededaders, hen zouden helpen het probleem te verhelpen door hen onder andere te verzoeken waardevolle goederen zoals sieraden en contante bedragen en bankpassen ter veiligstelling en/of taxatie klaar te leggen, en
  • naar de woning van bovengenoemde slachtoffers toe te gaan om de genoemde waardevolle goederen te fotograferen en in ontvangst te nemen en mee te nemen, waardoor bovengenoemde slachtoffers werden bewogen tot voornoemde afgifte;
3
hij op 31 januari 2025 te Alphen aan den Rijn, een geldbedrag, tezamen en in vereniging met anderen, te weten in totaal 900 euro, dat aan [slachtoffer 3] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en dat weg te nemen geldbedrag onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een pinpas tot het gebruik waarvan hij niet gerechtigd was en de bijbehorende pincode van die [slachtoffer 3] , door meermalen een geldbedrag bij een pinautomaat te pinnen;
4
hij op 1 februari 2025 te IJlst, tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels,
  • [slachtoffer 7] te bewegen tot de afgifte van enig goed, te weten sieraden, die [slachtoffer 7] - zakelijk weergegeven -
  • telefonisch heeft benaderd en zich heeft voorgedaan als medewerker van de politie,
  • haar heeft voorgehouden dat er gevaar voor inbraak dreigde en dat hij, verdachte, en zijn mededaders, haar zouden helpen het probleem te verhelpen door die [slachtoffer 7] te verzoeken waardevolle goederen zoals sieraden ter veiligstelling klaar te leggen, en
  • naar de woning van die [slachtoffer 7] is toegegaan om de genoemde waardevolle goederen te fotograferen en/of in ontvangst te nemen en/of mee te nemen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
parketnummer 18-038862-23
1
hij, op 7 februari 2023 te Gieten, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 8] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed en/of het ter beschikking stellen van gegevens, te weten een bankpas met bijbehorende pincode, foto's van een paspoort en een telefoonnummer, door:
  • telefonisch contact te zoeken met voornoemde [slachtoffer 8] en zich daarbij voor te doen als medewerker van een bank, te weten de Rabobank, met de mededeling dat er geld van haar rekening is gehaald dan wel is gepoogd om geld af te schrijven en
  • vervolgens naar de woning van voornoemde [slachtoffer 8] te gaan en zich voor te doen als medewerker van de bank, te weten de Rabobank en
  • vervolgens [slachtoffer 8] te verzoeken om haar bankpas en pincode af te staan en een foto's van haar paspoort en haar telefoonnummer ter beschikking te stellen;
2
hij, op 7 februari 2023 te Gieten, tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels,
[slachtoffer 9] te bewegen tot de afgifte van enig goed en het ter beschikking stellen van gegevens, te weten een bankpassen en bijbehorende pincodes, door:
  • telefonisch contact heeft gezocht met voornoemde [slachtoffer 9] en zich daarbij voor te doen als medewerker van een bank, te weten de Rabobank, met de mededeling dat er geld van haar rekening is gehaald dan wel is gepoogd om geld af te schrijven en dat haar bankpassen vervangen zouden moeten worden en
  • vervolgens naar de woning van voornoemde [slachtoffer 9] is gegaan en zich voor te doen als medewerker van de bank, te weten de Rabobank en
  • met het doel om [slachtoffer 9] te verzoeken om haar bankpas en pincode af te staan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:
1. diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te
nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van het aannemen van een valse naam of een valse hoedanigheid of door listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels;
2. medeplegen van oplichting;
3. diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;
4. poging tot medeplegen van oplichting;
parketnummer 18/038862-23
medeplegen van oplichting;
poging tot medeplegen van oplichting.
Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 44 maanden, met aftrek van voorarrest. De officier van justitie heeft in het bijzonder toegelicht dat hij voor het bepalen van de hoogte van zijn strafeis heeft aangesloten bij de richtlijn voor insluiping in een woning. Gelet op de zeer grote mate van ernst van de misdrijven en de recidive acht de officier van justitie als uitgangspunt een gevangenisstraf van 5 maanden per feit passend.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft, onder verwijzing naar jurisprudentie, gepleit voor matiging van de door de officier van justitie gevorderde straf. Hij heeft daartoe aangevoerd dat hoewel het gaat om buitengewoon vervelende feiten die met anderen zijn gepleegd, er niet enkel naar vergelding moet worden gekeken. Verdachte is een kwetsbare en zwakbegaafde jonge man. Hij schaamt zich voor wat hij heeft gedaan en neemt zijn verantwoordelijkheid. De raadsman heeft verzocht rekening te houden met de positieve proceshouding van verdachte. Verder blijkt dat verdachte niet de initiatiefnemer is. Verdachte liep het risico en anderen lieten hem het vuile werk op knappen. Hoewel een straf enerzijds vergelding is, is de beste straf de meest lage die mogelijk is. Verdachte kan werken en wil zijn schulden afbetalen. Ook gelet op het belang dat er snel geld terug kan worden betaald aan de oude en kwetsbare slachtoffers is de raadsman van mening dat matiging van de gevorderde gevangenisstraf op zijn plaats is.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en de rapportages van reclassering Nederland, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie
en het pleidooi van de verdediging.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Ernst van de feiten
Verdachte heeft zich in de periode van 20 januari 2025 tot en met 1 februari 2025, samen met anderen, schuldig gemaakt aan diefstal en oplichting, het pinnen met een gestolen bankpas en een poging tot oplichting. De slachtoffers werden telefonisch benaderd door een medeverdachte die zich voor deed als een medewerker van de politie. Hen werd verteld dat hun woning mogelijk het doelwit zou worden van een inbraak en dat er iemand van de recherche langs zou komen om de waardevolle spullen te taxeren.
Vervolgens ging verdachte naar de woning van de slachtoffers om de waardevolle spullen op te halen.
Daarnaast heeft verdachte zich eerder op 7 februari 2023, samen met anderen, schuldig gemaakt aan oplichting en een poging daartoe door middel van bankhelpdeskfraude. Ook hier werden de slachtoffers telefonisch benaderd, en nu door iemand die zich voordeed als een medewerker van een bank, waarna verdachte naar de woning ging om bankpassen op te halen.
De rechtbank vindt het kwalijk dat verdachte en zijn medeverdachten kennelijk doelbewust in de meeste gevallen alleenstaande en oudere slachtoffers hebben uitgekozen, gelet op hun grote kwetsbaarheid en afhankelijkheid van anderen. Verdachte en zijn medeverdachten hebben op doortrapte en schaamteloze wijze misbruik gemaakt van het vertrouwen dat de slachtoffers in hen dachten te mogen hebben. Extra kwalijk is dat de oplichting telkens bij de slachtoffers thuis heeft plaatsgevonden. Het gevoel van veiligheid dat iedereen in en rond het eigen huis zou moeten hebben, is hierdoor ernstig geschaad. Uit de aangiftes en de toelichting bij de vorderingen tot schadevergoeding blijkt dat de impact van het handelen van verdachte en zijn medeverdachten groot is geweest en dat de slachtoffers ook nu nog steeds de gevolgen van de daden ondervinden. Naast financiële schade heeft de verdachte met zijn mededaders ook grote emotionele schade aangericht, mede gelet op de vaak grote emotionele waarde van de weggenomen sieraden. Met zijn handelen heeft verdachte alleen oog gehad voor zijn eigen financiële gewin.
Persoon van verdachte
Naast de ernst van de feiten houdt de rechtbank rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Uit de justitiële documentatie van verdachte blijkt dat hij eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Hij is op 19 januari 2023 veroordeeld voor onder meer medeplegen van oplichting en diefstal tot een jeugddetentie van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, met daaraan gekoppeld bijzondere voorwaarden. Ten tijde van de in 2023 gepleegde bewezenverklaarde feiten liep verdachte van het voorwaardelijke deel van deze straf nog in een proeftijd. De eerdere veroordeling, de dreiging van de tenuitvoerlegging van een jeugddetentie, het toezicht van de reclassering en de bijzondere voorwaarden van het meewerken aan ambulante behandeling en coaching hebben verdachte er kennelijk niet van weerhouden om in 2023 en 2025 opnieuw soortgelijke feiten te plegen.
De rechtbank heeft daarnaast gelet op het reclasseringsadvies van Reclassering Nederland van 26 maart 2025. Uit het advies blijkt verdachte onvoldoende ontvankelijk is gebleken voor interventies gericht op gedragsverandering. Daarmee wordt de houding van verdachte door de reclassering vooralsnog als belangrijkste risicofactor beschouwd. Dat verdachte zich in het verleden heeft ingezet voor werk beschouwt de reclassering als een beschermende factor. Ook wordt het feit dat de ouders van verdachte het delictgedrag afkeuren en verdachte sinds ongeveer een jaar een vriendin heeft door de reclassering als beschermende factor beschouwt. Tegelijk constateert de reclassering dat dit beschermende netwerk verdachte tot nu toe niet heeft weten te weerhouden van het plegen van strafbare feiten. Het risico op recidive en het onttrekken aan voorwaarden wordt ingeschat als hoog. De reclassering adviseert een straf
zonder bijzondere voorwaarden. Gelet op de huidige bevindingen en het verloop van eerdere toezichten ziet de reclassering geen mogelijkheden om met interventies of toezicht de risicos te beperken of het gedrag van verdachte te veranderen.
Op te leggen straf
De rechtbank stelt voorop dat voor de straftoemeting van het delict oplichting geen landelijke oriëntatiepunten bestaan. Met de officier van justitie ziet de rechtbank aanleiding om in dit geval bij het bepalen van de straf de oriëntatiepunten die bestaan voor een insluiping in een woning te betrekken. De impact op de persoonlijke levenssfeer acht de rechtbank vergelijkbaar. Dit brengt mee dat naar het oordeel van de rechtbank in deze zaak alleen een forse gevangenisstraf passend is. Anders dan de officier van justitie gaat de rechtbank daarbij uit van een gevangenisstraf van drie maanden per feit.
Bij het bepalen van de hoogte van de onvoorwaardelijke straf heeft de rechtbank in strafmatigende zin ook rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn in de zaak met parketnummer 18/038862-23. Verdachte is op 7 februari 2023 in verzekering gesteld en gehoord als verdachte. De overschrijding van de termijn bedraagt daardoor vijf maanden.
Verder houdt de rechtbank rekening met de jeugdige leeftijd van verdachte.
Gelet op het voorgaande en alles afwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van voorarrest, passend en geboden.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.

Benadeelde partij

De volgende personen hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding:
[slachtoffer 1] , tot een bedrag van 150,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
[slachtoffer 3] , tot een bedrag van 2.675,00 ter vergoeding van materiële schade en 750,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
[slachtoffer 4] , tot een bedrag van 1.766,89 ter vergoeding van materiële schade en
750,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
4. [ [slachtoffer 6] , tot een bedrag van 1.050,00 ter vergoeding van materiële schade en
750,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen kunnen worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en onder oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft de officier van justitie voorts hoofdelijke toewijzing gevorderd.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen verzocht de gevorderde immateriële schade enigszins te matigen,
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank ziet geen aanleiding de gevorderde immateriële schadevergoeding te matigen. De rechtbank is met de gemachtigde van de slachtoffers van oordeel dat de wijze waarop verdachte en zijn mededaders zijn opgetreden grote impact heeft gehad op de slachtoffers. Hun vertrouwen in de medemens maar ook in instituties op wier integriteit zij moeten kunnen afgaan als banken en politie, wordt hierdoor in ernstige mate geschaad. De slachtoffers blijven achter met gevoelens van angst en wantrouwen enkel veroorzaakt voor de zucht naar geld bij verdachte en zijn mededaders.
1.
[slachtoffer 1]
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij
de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder feit 1 bewezen verklaarde. De vordering, waarvan de hoogte onvoldoende door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 februari 2025.
De rechtbank stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd en dat zij naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade. De rechtbank zal daarom bepalen dat verdachte de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen indien zijn medeverdachten deze al hebben betaald, en andersom.
Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
2. [
[slachtoffer 3]
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij
de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder feit 1 en 3 bewezen verklaarde. De vordering, waarvan de hoogte onvoldoende door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 31 januari 2025.
De rechtbank stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd en dat zij naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade. De rechtbank zal daarom bepalen dat verdachte de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen indien zijn medeverdachten deze al hebben betaald, en andersom.
Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
3. [
[slachtoffer 4]
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij
de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder feit 2 bewezen verklaarde. De vordering, waarvan de hoogte onvoldoende door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 31 januari 2025.
De rechtbank stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd en dat zij naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade. De rechtbank zal daarom bepalen dat verdachte de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen indien zijn medeverdachten deze al hebben betaald, en andersom.
Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
4. [
[slachtoffer 6]
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij
de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder feit 1 bewezen verklaarde. De vordering, waarvan de hoogte onvoldoende door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 28 januari 2025.
De rechtbank stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd en dat zij naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade. De rechtbank zal daarom bepalen dat verdachte de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen indien zijn medeverdachten deze al hebben betaald, en andersom.
Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Inbeslaggenomen goederen

De rechtbank acht de inbeslaggenomen telefoons te weten:
  • een GSM wit, merk Apple
  • een GSM Apple
vatbaar voor verbeurdverklaring, omdat de bewezen verklaarde feiten zijn begaan met behulp van deze telefoons en deze aan verdachte toebehoren.

Vordering na voorwaardelijke veroordeling

Bij onherroepelijk vonnis van 19 januari 2023 van de meervoudige strafkamer in de rechtbank Den Haag, is verdachte veroordeeld tot -onder meer- een jeugddetentie van
12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. De proeftijd is ingegaan op 3 februari 2023. Daarbij is als algemene voorwaarde gesteld dat veroordeelde voor het einde van de proeftijd geen strafbare feiten zal plegen.
De officier van justitie heeft bij vordering van 12 juni 2025 de tenuitvoerlegging gevorderd van de voorwaardelijke straf.
Nu veroordeelde de bewezenverklaarde feiten onder parketnummer 18/038862-23 feit 1 en 2 heeft begaan voor het einde van de proeftijd ,zal de rechtbank de tenuitvoerlegging gelasten van deze voorwaardelijke straf.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 33, 33a, 36f, 45, 47, 57, 311, 326 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank
Verklaart het onder 1, 2, 3 en 4 en parketnummer 18/038862-23 onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.
Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis in de zaak met parketnummer 18/038862-23.
Ten aanzien van 18/035267-25 feit 1
Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte hoofdelijk, aldus dat als een mededader betaalt, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd, om aan
[slachtoffer 1]te betalen:
  • het bedrag van 150,00 (zegge: honderdvijftig euro);
  • de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 februari 2025 tot de dag van algehele voldoening;
  • de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.
Legt aan verdachte hoofdelijk, aldus dat als een mededader betaalt verdachte in zoverre zal zijn bevrijd, de verplichting op om ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat te betalen een bedrag van 150,00 (zegge: honderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2025 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade.
Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 3 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat als verdachte of een mededader voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.
Ten aanzien van 18/035267-25 feit 1 en 3
Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte hoofdelijk, aldus dat als een mededader betaalt, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd, om aan
[slachtoffer 3]te betalen:
  • het bedrag van 3.425,00 (zegge: drieduizend vierhonderdvijfentwintig euro);
  • de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 31 januari 2025 tot de dag van algehele voldoening;
  • de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.
Legt aan verdachte hoofdelijk, aldus dat als een mededader betaalt verdachte in zoverre zal zijn bevrijd, de verplichting op om ten behoeve van [slachtoffer 3] aan de Staat te betalen een bedrag van 3.425,00 (zegge: drieduizend vierhonderdvijfentwintig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 januari 2025 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit 2.675,00 aan materiële schade en 750,00 aan immateriële schade.
Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 44 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat als verdachte of een mededader voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.
Ten aanzien van 18/035267-25 feit 2
Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte hoofdelijk, aldus dat als een mededader betaalt, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd, om aan
[slachtoffer 4]te betalen:
  • het bedrag van 2.516,89 (zegge: tweeduizend vijfhonderdzestien euro en negenentachtig eurocent);
  • de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 31 januari 2025 tot de dag van algehele voldoening;
  • de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.
Legt aan verdachte hoofdelijk, aldus dat als een mededader betaalt verdachte in zoverre zal zijn bevrijd, de verplichting op om ten behoeve van [slachtoffer 4] aan de Staat te betalen een bedrag van 2.516,89 (zegge: tweeduizend vijfhonderdzestien euro en negenentachtig eurocent, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 januari 2025 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit 1.766,89 aan materiële schade en 750,00 aan immateriële schade.
Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 35 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat als verdachte of een mededader voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.
Ten aanzien van 18/035267-25 feit 1
Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte hoofdelijk, aldus dat als een mededader betaalt, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd, om aan
[slachtoffer 6]te betalen:
  • het bedrag van 1.800,00 (zegge: éénduizend achthonderd euro);
  • de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 28 januari 2025 tot de dag van algehele voldoening;
  • de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.
Legt aan verdachte hoofdelijk, aldus dat als een mededader betaalt verdachte in zoverre zal zijn bevrijd, de verplichting op om ten behoeve van [slachtoffer 6] aan de Staat te betalen een bedrag van 1.800,00 (zegge: éénduizend achthonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 januari 2025 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit 1.050,00 aan materiële schade en 750,00 aan immateriële schade.
Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 28 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat als verdachte of een mededader voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.
Verklaart verbeurdde in beslag genomen, nog niet teruggegeven goederen, te weten:
1. STK GSM wit, merk Apple (goednummer [nummer] )
1. STK GSM Apple (goednummer [nummer] )

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer

9.164434-22:

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de meervoudige kamer van de Rechtbank Den Haag van 19 januari 2023, te weten:
6 maanden jeugddetentie.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.C.L. Vreugdenhil, voorzitter, mr. T.M.L. Wolters en mr. M.J. Dijkstra, rechters, bijgestaan door C. Vellinga-Terpstra, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 29 juli 2025.