ECLI:NL:RBNNE:2025:3120

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
29 juli 2025
Publicatiedatum
29 juli 2025
Zaaknummer
18/089572-25
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling van verdachte voor diefstal en oplichting met gebruik van valse hoedanigheid

Op 29 juli 2025 heeft de Rechtbank Noord-Nederland in Leeuwarden uitspraak gedaan in de zaak tegen de verdachte, die zich samen met medeverdachten schuldig heeft gemaakt aan diefstal en oplichting. De verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 240 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden met een proeftijd van drie jaren. De feiten vonden plaats op 1 februari 2025, waarbij de verdachte en zijn medeverdachten zich voordeden als politieagenten om oudere slachtoffers te misleiden. De slachtoffers werden gebeld en verteld dat hun woningen het doelwit van inbraken waren, waarna de medeverdachte naar hun huizen ging om waardevolle spullen te taxeren en deze vervolgens te stelen. De rechtbank oordeelde dat de verdachte een actieve rol had in het geheel door als chauffeur op te treden en dat hij op de hoogte was van de strafbare feiten. De rechtbank achtte de verklaring van de verdachte ongeloofwaardig en concludeerde dat er sprake was van een nauwe samenwerking tussen de betrokkenen. De rechtbank heeft de vordering van de benadeelde partijen toegewezen, waarbij de verdachte hoofdelijk aansprakelijk is voor de schade. De rechtbank heeft ook verbeurdverklaring van de in beslag genomen goederen bevolen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht
Locatie Leeuwarden
parketnummer 18/089572-25
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 29 juli 2025 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2005 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 15 juli 2025. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. W.J. Backer, advocaat te Rotterdam.
Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. H. Mous.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1
hij op of omstreeks 1 februari 2025 te Leeuwarden en/of Workum, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
  • sieraden (verpakt in een sieradendoosje), en/of
  • contante geldbedragen,
in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan
  • [slachtoffer 1] (zaaksdossier 1, p. 248 e.v.), en/of
  • [slachtoffer 2] (zaaksdossier 2, p. 262 e.v.),
in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n),
heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen sieraden en/of contante geldbedragen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid, of door listige kunstgrepen, of door een samenweefsel van verdichtsels,
door bovengenoemde slachtoffers zakelijk weergegeven
  • telefonisch te benaderen en zich voor te doen als medewerker van de politie,
  • hen voor te houden dat er gevaar voor inbraak dreigde en/of op een andere wijze voor te houden dat er een probleem was en dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), hen zou(den) helpen het probleem te verhelpen door hen (onder andere) te verzoeken waardevolle goederen zoals sieraden en/of contante bedragen ter veiligstelling en/of taxatie klaar te leggen,
  • naar de woning van bovengenoemde slachtoffers toe te gaan om de genoemde waardevolle goederen te fotograferen en/of in ontvangst te nemen en/of mee te nemen, en/of
  • eenmaal binnen in de woning (terwijl bovengenoemde slachtoffers hun aandacht elders hadden) de (klaar gelegde) sieraden en/of contante geldbedragen mee te nemen;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte] en/of één of meer onbekend gebleven mededaders op of omstreeks 1 februari 2025 te Leeuwarden en/of Workum, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
  • sieraden (verpakt in een sieradendoosje), en/of
  • contante geldbedragen,
in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan
  • [slachtoffer 1] (zaaksdossier 1, p. 248 e.v.), en/of
  • [slachtoffer 2] (zaaksdossier 2, p. 262 e.v.),
in elk geval aan een ander dan aan die [medeverdachte] en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl die [medeverdachte] en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen sieraden en/of contante geldbedragen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid, of door listige kunstgrepen, of door een samenweefsel van verdichtsels, door bovengenoemde slachtoffers zakelijk weergegeven
  • telefonisch te benaderen en zich voor te doen als medewerker van de politie,
  • hen voor te houden dat er gevaar voor inbraak dreigde en/of op een andere wijze voor te houden dat er een probleem was en dat die [medeverdachte] en/of zijn mededader(s) hen zou(den) helpen het probleem te verhelpen door hen (onder andere) te verzoeken waardevolle goederen zoals sieraden en/of contante bedragen ter veiligstelling en/of taxatie klaar te leggen,
  • naar de woning van bovengenoemde slachtoffers toe te gaan om de genoemde waardevolle goederen te fotograferen en/of in ontvangst te nemen en/of mee te nemen, en/of
  • eenmaal binnen in de woning (terwijl bovengenoemde slachtoffers hun aandacht elders hadden) de
(klaar gelegde) sieraden en/of contante geldbedragen mee te nemen bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 1 februari 2025 te Leeuwarden en/of Workum, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door zijn, verdachtes, auto ter beschikking te stellen en te besturen en daarbij voornoemde [medeverdachte] te vervoeren naar (de omgeving van) het adres/de adressen van voornoemd(e) slachtoffer(s);
2
hij op of omstreeks 1 februari 2025
te Leeuwarden en/of Workum, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een of meer personen, te weten
  • [slachtoffer 1] (zaaksdossier 1, p. 248 e.v.), en/of
  • [slachtoffer 2] (zaaksdossier 2, p. 262 e.v.),
heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten
  • sieraden (verpakt in een sieradendoosje), en/of
  • contante geldbedragen,
door bovengenoemde slachtoffers zakelijk weergegeven
  • telefonisch te benaderen en zich voor te doen als medewerker van de politie,
  • hen voor te houden dat er gevaar voor inbraak dreigde en/of op een andere wijze voor te houden dat er een probleem was en dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), hen zou(den) helpen het probleem te verhelpen door hen (onder andere) te verzoeken waardevolle goederen zoals sieraden en/of contante bedragen ter veiligstelling en/of taxatie klaar te leggen,
  • naar de woning van bovengenoemde slachtoffers toe te gaan om de genoemde waardevolle goederen te fotograferen en/of in ontvangst te nemen en/of mee te nemen, waardoor bovengenoemde slachtoffers werden bewogen tot voornoemde afgifte;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte] en/of één of meer onbekend gebleven mededaders op of omstreeks 1 februari 2025 te Leeuwarden en/of Workum, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een of meer personen, te weten
  • [slachtoffer 1] (zaaksdossier 1, p. 248 e.v.), en/of
  • [slachtoffer 2] (zaaksdossier 2, p. 262 e.v.)
heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten
  • sieraden (verpakt in een sieradendoosje), en/of
  • contante geldbedragen,
door bovengenoemde slachtoffers zakelijk weergegeven
  • telefonisch te benaderen en zich voor te doen als medewerker van de politie,
  • hen voor te houden dat er gevaar voor inbraak dreigde en/of op een andere wijze voor te houden dat er een probleem was en dat die [medeverdachte] en/of zijn mededader(s) hen zou(den) helpen het probleem te verhelpen door hen (onder andere) te verzoeken waardevolle goederen zoals sieraden en/of contante bedragen ter veiligstelling en/of taxatie klaar te leggen,
  • naar de woning van bovengenoemde slachtoffers toe te gaan om de genoemde waardevolle goederen te fotograferen en/of in ontvangst te nemen en/of mee te nemen, waardoor bovengenoemde slachtoffers werden bewogen tot voornoemde afgifte bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 1 februari 2025 te Leeuwarden en/of Workum, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is
geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door zijn, verdachtes, auto ter beschikking te stellen en te besturen en daarbij voornoemde [medeverdachte] te vervoeren naar (de omgeving van) het adres/de adressen van voornoemd(e) slachtoffer(s);
3
hij op of omstreeks 1 februari 2025 te IJlst, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
- [ [slachtoffer 3] (zaaksdossier 3, p. 279 e.v.)
te bewegen tot de afgifte van enig goed, te weten
  • sieraden, en/of
  • contante geldbedragen,
die [slachtoffer 3] - zakelijk weergegeven -
  • telefonisch heeft benaderd en zich heeft voorgedaan als medewerker van de politie,
  • haar heeft voorgehouden dat er gevaar voor inbraak dreigde en/of op een andere wijze heeft voorgehouden dat er een probleem was en dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), haar zou(den) helpen het probleem te verhelpen door die [slachtoffer 3] (onder andere) te verzoeken waardevolle goederen zoals sieraden en/of contante bedragen ter veiligstelling en/of taxatie klaar te leggen, en/of
  • naar de woning van die [slachtoffer 3] is toegegaan om de genoemde waardevolle goederen te fotograferen en/of in ontvangst te nemen en/of mee te nemen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte] en/of één of meer onbekend gebleven mededaders op of omstreeks 1 februari 2025 te IJlst, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door [medeverdachte] en/of zijn mededader(s) voorgenomen
misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
  • [slachtoffer 3] (zaaksdossier 3, p. 279 e.v.) te bewegen tot de afgifte van enig goed, te weten
  • sieraden, en/of
  • contante geldbedragen,
die [slachtoffer 3] - zakelijk weergegeven -
  • telefonisch heeft benaderd en zich heeft voorgedaan als medewerker van de politie,
  • haar heeft voorgehouden dat er gevaar voor inbraak dreigde en/of op een andere wijze heeft voorgehouden dat er een probleem was en dat die [medeverdachte] en/of zijn mededader(s) haar zou(den) helpen het probleem te verhelpen door die [slachtoffer 3] (onder andere) te verzoeken waardevolle goederen zoals sieraden en/of contante bedragen ter veiligstelling en/of taxatie klaar te leggen, en/of
  • naar de woning van die [slachtoffer 3] is toegegaan om de genoemde waardevolle goederen te fotograferen en/of in ontvangst te nemen en/of mee te nemen,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 1 februari 2025 te IJlst, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door zijn, verdachtes, auto ter beschikking te stellen en te besturen en daarbij voornoemde [medeverdachte] te vervoeren naar (de omgeving van) het adres van voornoemd slachtoffer;
Beoordeling van het bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het onder feit 1 primair, 2 primair en 3 primair ten laste gelegde.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft betoogd dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Hij heeft daartoe dat de rol van verdachte is beperkt tot het besturen van de auto en dat verdachte geen relevante wetenschap, laat staan opzet heeft gehad op het ten laste gelegde. De rol van verdachte is buitengewoon ondergeschikt geweest. Hij is op geen enkel moment betrokken geweest bij de voorbereiding, uitvoering of ondersteuning van oplichting. De enkele omstandigheid dat verdachte een aantal adressen ontvangt en vervolgens naar die locatie rijdt, zonder bekend te zijn met het plan of handelingen van zijn passagier, brengt geen opzet mee. Verdachte heeft geen bijdrage geleverd van enig gewicht om te spreken van medeplegen, laat staan medeplichtigheid. Daarbij acht de raadsman het cruciaal dat aan verdachte pas vlak vóór de aanhouding het geld werd getoond, en nadrukkelijk niet voordat de medeverdachte opnieuw bij nieuwe adressen naar binnen ging om slachtoffers te maken.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.
Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
1. De door verdachte ter zitting van 15 juli 2025 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend:
Het klopt dat ik op 1 februari 2025 samen met [medeverdachte] naar Friesland ben geweest. Ik was zijn chauffeur. We hebben verschillende stops gemaakt. Het klopt dat ik in de snapchatgroep zat.
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 1 februari 2025, opgenomen op pagina 248 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer [nummer] (onderzoek AETNA) d.d. 12 maart 2025, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 1] :
Op 1 februari 2025 ben ik omstreeks 13:10 uur gebeld op mijn huistelefoon door een voor mij onbekende persoon. Ik werd te woord gestaan door ene [naam] die zich voorstelde als politieagent uit Leeuwarden. Zij vertelde dat er een inbraakgolf gaande was in mijn wijk in Leeuwarden. Ik hoorde deze [naam] tegen mij zeggen dat mijn adres op de lijst zou staan waar de volgende inbraak gepleegd zou gaan worden. Deze [naam] vertelde dat mijn dochter op het bureau zou zitten en zij zou hebben verteld dat ik goud in huis zou hebben. Er kwam ook een mannelijke stem aan de telefoon welke aangaf [naam] te zijn. [naam] vertelde mij dat er een man langs zou komen bij mij thuis om fotos te maken van sieraden en mijn sloten in de deur. Dit zou ene [naam] zijn. Mocht deze [naam] aan de deur staan, dan zou hij dit bevestigen met het nummer 419. Deze persoon zou niet in uniform komen werd mij verteld, want dat zou argwaan wekken voor de buurt. Op een gegeven moment, terwijl ik nog aan de lijn was met [naam] en [naam] , werd er beneden bij de portiek aangebeld. Vervolgens is er een persoon bij mij aan de deur gekomen op de 5e etage. Door middel van het eerder genoemde nummer is de persoon door mij binnengelaten. Ik liet deze man binnen en hij maakte vervolgens een foto van de voordeur/slot van deze deur. Ik liet de man verder mijn woning binnenlopen naar de woonkamer. Ik had inmiddels mijn sieradenkistje op tafel gezet en de sieraden uitgelegd op tafel. Ondertussen had ik nog steeds telefonisch contact met de
eerdergenoemde personen. Ik kreeg te horen van de persoon aan de telefoon dat ik iets moest noteren. Ik moest hiervoor naar een andere plek in de woning om pen en papier te pakken. Toen ik wegliep van de tafel zag ik dat de persoon een aantal sieraden van tafel pakte en wegliep/rende de deur uit. Ik weet dat de volgende dingen weggenomen zijn:
  • 3 slavenarmbanden;
  • 2 trouwringen;
  • 1 ketting.
3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 1 februari 2025, opgenomen op pagina 262 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van
[slachtoffer 2] :
Vandaag 1 februari 2025 werd ik rond 18:30 uur gebeld op mijn vaste telefoon door een politieagent welke zich voor deed als [naam] van de politie van Workum. [naam] vertelde dat er in de buurt veel gestolen wordt. Ze zei dat ik ook op de lijst stond om bezocht te worden door dieven. [naam] vertelde dat er een collega van haar zou langs komen om te voorkomen dat er bij mij zou worden ingebroken. Deze agent zou dan mijn sloten controleren en een taxatie van mijn sieraden maken. Rond 19:15 uur kwam er zoals afgesproken een agent bij mij aan de deur. De agent stelde zich voor als [naam] . Hij vertelde dat zijn dienstnummer [nummer] was. Hij heeft de sloten van mijn buitendeuren gecontroleerd. Agent [naam] en ik waren in de woonkamer en via mijn vaste telefoon hadden we nog steeds contact met [naam] welke vanaf het politiebureau belde. Op een gegeven moment kreeg ik ook nog ene [naam] van de landelijke recherche aan de telefoon. Ik heb mijn sieraden aan agent [naam] meegegeven. Hij zou de sieraden taxeren in zijn auto welke buiten op de openbare weg stond. Ook heb ik contant geld meegegeven welke ik in huis had. In totaal ongeveer 5000 euro aan contant geld, verdeeld over 5 enveloppen. Agent [naam] is met het geld en sieraden naar zijn auto gegaan. Ik ben naar buiten gegaan en zag dat agent [naam] niet meer met zijn auto bij mijn woning stond. De volgende sieraden zijn meegenomen door agent
[naam] .
1. gouden ring wit goud met een soort blauw/paarse steen erop.
1. gouden ring, met een onbekende datum er in.
1. gouden hangertje.
1. lossen gouden bros.
1. platte gouden ketting.
1. gouden armband.
4 gouden kettinkjes.
1. gouden ketting met daaraan een driehoek.
2x een gouden slavenarmband. lx wit gouden slavenarmband
4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 2 februari 2025, opgenomen op pagina 279 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 3] :
Ik doe aangifte van poging tot oplichting. Op zaterdag 1 februari 2025, omstreeks 18:30 uur werd ik op mijn vaste lijn gebeld. Ze vertelden ons dat ze van de politie Sneek waren en dat ze een verdacht voertuig hadden aangehouden met inbrekers. In de auto waren gegevens van mij aangetroffen. Hierdoor gingen ze onze straat en spullen in de gaten houden. Uit voorzorg wouden ze langs komen bij mijn woonadres. Ze wouden dan mijn sloten controleren. Ze zouden mijn een code geven, dit was [nummer] en zijn naam was [naam] . Voordat hij mij de code gaf vroeg hij nog aan mij of ik kostbare sieraden had. Ik vertelde de man dat ik een horloge om had en nog een paar ringen. De man aan de lijn vroeg mij of ik misschien alles even kon verzamelen. Ook vroeg hij mij of ik alleen was in de woning, of er nog meer mensen waren. De man
aan de telefoon vertelde mij dat hij het toch allemaal zeker wou weten en de collega toch even langs kwam. De man aan de telefoon antwoorde dat ik alles aan de lijn kon vertellen, het was een geheime lijn van de politie niemand kon hierop meeluisteren of inbreken. De man aan de lijn vertelde dat hij ondertussen ook contact had met mijn nichtje, deze had verteld dat ik wel meerder sieraden had. De man aan de telefoon vertelde dat hij alles kon opzoeken in de politie systemen. Volgens de man aan de telefoon kon er nu binnen enkele ogenblikken een collega van hem aan de deur staan. Voordat ik het wist stond hier ook al iemand voor de deur. Dit was net voor 19:00 uur in de avond.
Hij maakte met zijn mobiele telefoon een foto van de voordeur ook vroeg hij of hij naar de
achterdeur mocht gaan. Ik ben samen met de man naar de achterdeur gelopen. De man heeft de achterdeur open gedaan maar er geen foto's van gemaakt. Hierop zijn we weer naar de voordeur gelopen. De man die ik aan de telefoon had bleef ook aan de lijn. Hij vroeg mij op een gegeven moment of hij de man die bij mij binnen was kon spreken. Ik heb toen de telefoon gegeven. De man aan de telefoon vroeg mij: “heeft u inmiddels de sieraden binnen op tafel gelegd?” Ik antwoorde hierop dat ik dat niet had gedaan, en ook niet ging doen. De man raakte geïrriteerd en vertelde mij dat als het zo weinig was ik dat ik dat al lang had
kunnen doen. Ik vertelde hem toen dat ik mij niet zo liet sturen. Hierop antwoorde hij dat ik het onderzoek nu aan het belemmeren was en dat wanneer er nu wat in mijn huis zou
gebeurden of goederen gestolen zouden worden ik niet meer de politie hoefde te bellen.
Ik ben heel stellig gebleven en heb hem gezegd dat ik dat niet toe liet. Hierop is hij weg gegaan. Ik ben geen sieraden of andere goederen kwijt.
5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal verhoor verdachte van de raadkamer d.d. 12 februari 2025, opgenomen op pagina 83 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van (mede)verdachte [medeverdachte] :
Ik ben één dag in de provincie Friesland geweest. De medeverdachte waarmee ik was, was van alles op de hoogte. Ik heb in het dossier gelezen dat hij ontkent dat hij van iets wist en ik hem de adressen gaf. Dat was niet zo. Er was nog een derde persoon aanwezig en hij stuurde ons aan in de groep. Wij zaten beiden in groepschat. Hij kreeg de chats ook binnen.
6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 4 maart 2025, opgenomen op pagina 99 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van (mede)verdachte [medeverdachte] :
Het klopt dat ik in Leeuwarden ben geweest. Ik ben daar ook binnen geweest. De sieraden zijn door mij meegenomen. Ook in Workum ben ik binnen geweest. Dat was een afgelegen plek. Ik heb daar geld en sieraden meegenomen. Het geld was ongeveer 5.000 euro. In IJlst ben ik ook binnen geweest. Ik ben gestuurd door iemand aan de telefoon om daar spullen op te halen. [Snapchataccount] en [Snapchataccount] zijn mijn namen op Snapchat.
7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 februari 2025, opgenomen op pagina 201 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant] :
Op 1 februari 2025 werd onder de verdachte [verdachte] een Apple iPhone ( [nummer] )
inbeslaggenomen. De verdachte gaf uitdrukkelijke toestemming om de gegevens van zijn mobiele telefoon te onderzoeken.
Ik trof bij de chat in Snapchat een sessie aan van zaterdag 1 februari 2025. In deze chatsessie waren een aantal accounts betrokken, te weten:
[Snapchataccount] ( [naam] , vermoedelijk in gebruik bij de verdachte, zoals hij verklaarde) [Snapchataccount]
[Snapchataccount]
[Snapchataccount] [Snapchataccount] [Snapchataccount]
De accounts [Snapchataccount] en [Snapchataccount] zijn zeer vermoedelijk de twee aangehouden verdachten [verdachte] en [medeverdachte] .
Uit de bijgevoegde chat is er een vermoeden dat het Snapchat-accounts [Snapchataccount] en [Snapchataccount] een aansturende rol hebben.
[Snapchataccount] geeft op 1-2-2025 om aan dat ze gelijk naar Leeuwarden moeten als ze samen zijn. Door het Snapchat-account werd groenlicht gegeven en de naam [naam] .
8. Een weergave van de chatsessies aangetroffen op de inbeslaggenomen Apple IPhone van verdachte [verdachte] opgenomen op pagina 211 van voornoemd proces-verbaal en als bijlage gevoegd bij het proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 februari 2025 op pagina 201 e.v., voor zover inhoudende:
From To Body Timestamp-Time
[Snapchataccount] Alleen een haal gedaan 1-2-2025 16 28 48
[Snapchataccount] ja 1-2-2025 16 28 52
[Snapchataccount] Eentje gwn 1-2-2025 16.29:06
[Snapchataccount] Net bijna maar die wou 1-2-2025 16 29:28 nii open doen
[Snapchataccount] Okee hoeveel was weg van die een 1-2-2025 16 29 45
[Snapchataccount] Alleen goud 1-2-2025 16 29 54
[Snapchataccount] Niks anders 1-2-2025 16 29 57
[Snapchataccount] Kanker afgelegen plek 1-2-2025 18 34 03
[Snapchataccount] Ben ik laaaa 1-2-2025 18 34 07
[Snapchataccount] Deze vis doet kanker lang 1-2-2025 18 34 29
[Snapchataccount] Ja nog steeds bezig 1-2-2025 18 38 05 [Snapchataccount] Maar kanker veel
enveloppen 1-2-2025 18 38 11
[Snapchataccount] Wel 1-2-2025 18 38 12

Bewijsoverwegingen

Verdachte wordt -kort weergegeven- verweten dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van diefstal (feit 1), het medeplegen van oplichting (feit 2) en een poging daartoe (feit 3), dan wel medeplichtigheid aan voornoemde feiten.
De rechtbank stelt op grond van bovengenoemde bewijsmiddelen het volgende vast. Uit de aangiftes kan worden opgemaakt dat de slachtoffers op 1 februari 2025 werden gebeld door een onbekend gebleven persoon die zich voor deed als iemand van de politie. Aan de slachtoffers werd meegedeeld dat hun woning mogelijk het doelwit zou zijn van een inbraak en dat de politie wel iemand van de politie/recherche langs zou sturen om te kijken naar het hang- en sluitwerk van deuren en ramen en om de sieraden te taxeren. Zij werden verzocht hun waardevolle spullen alvast klaar te leggen. Vervolgens verscheen medeverdachte [medeverdachte] aan de deur, die zei dat hij van de politie was. Hij gebruikte de naam en een nummer die eerder door de onbekende beller aan de slachtoffers was doorgegeven. De medeverdachte wist zo de woning binnen te komen. Vervolgens heeft hij op die manier in Leeuwarden sieraden weggenomen en in Workum enveloppen met geld en sieraden. In IJlst is het bij een poging gebleven. Uit de weergave van de chatgesprekken kan worden opgemaakt dat de adressen van de slachtoffers door de onbekend gebleven medeverdachten via Snapchat werden doorgegeven. Ook werd via de chats de naam en het nummer doorgegeven die door (mede)verdachte aan de deur bij het slachtoffer moest worden gemeld. Naast de onbekend gebleven medeverdachten maakten verdachte en medeverdachte [medeverdachte] ook deel uit van de groepschat in Snapchat. Verdachte trad op als chauffeur en bracht de medeverdachte [medeverdachte] naar de via de chat opgegeven adressen van de slachtoffers.
Verdachte ontkent betrokkenheid bij de ten laste gelegde feiten. Hij verklaart alleen als chauffeur te hebben opgetreden en geen wetenschap te hebben gehad van de door de medeverdachte gepleegde strafbare feiten. Volgens verdachte had hij pas een half uur voor zijn aanhouding door de politie op 1 februari 2025 in de gaten dat er iets niet goed was, nadat de medeverdachte hem een envelop met geld en goud zou hebben getoond.
De rechtbank acht de verklaring van verdachte dat hij nietsvermoedend en alleen als chauffeur heeft opgetreden volstrekt ongeloofwaardig. Gelet op de gegevens die in zijn telefoon zijn aangetroffen kan worden opgemaakt dat verdachte wel degelijk op de hoogte was van de strafbare feiten en niet pas een half uur voor zijn aanhouding. Zo blijkt uit de chats van verdachte in Snapchat dat verdachte op de vraag “Alleen een haal gedaan” van ene “ [naam] ” als antwoord geeft: “ja, eentje gwn, net bijna maar die wou nii open doen”. Vervolgens vraagt “ [naam] ”: “Okee hoeveel was weg van die een”, waarop verdachte antwoord “alleen goud, niks anders”. Rond het tijdstip dat aangeefster [slachtoffer 2] uit Workum wordt gebeld door de medeverdachten is in de chats te lezen dat verdachte tegen “ [naam] ” zegt: “Kanker afgelegen plek, ben ik laa, Deze vis doet kanker lang, ja nigsteeds bezig, Maar kanker veel enveloppen Wel ja ja”. De door verdachte genoemde buit en enveloppen komen overeen met de op die dag weggenomen sieraden en enveloppen met geld bij de aangevers.
Bovendien verklaart medeverdachte [medeverdachte] dat verdachte wel degelijk op de hoogte was en, net als hij, via een medeverdachte werd aangestuurd via de Snapchat. Verdachte zat ook in de groepschat op Snapchat waarin door de medeverdachte(n) de adressen van de slachtoffers en de naam en het nummer die de medeverdachte (nepagent) moest gebruiken werd doorgegeven.
De rechtbank is van oordeel dat alle handelingen die moesten worden verricht in het kader van de (poging tot) oplichtingen en de daaropvolgende diefstallen duiden op een gezamenlijk en vooropgezet plan.
De rechtbank is verder van oordeel dat bij alle feiten sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verschillende daders ter uitvoering van dit plan. Zonder de rol van de ene dader had de navolgende handeling immers niet plaats kunnen vinden. Eén tot twee personen bellen met het slachtoffer, een ander persoon, medeverdachte [medeverdachte] , ging naar de woning van het slachtoffer om de waardevolle spullen mee te nemen of in ontvangst te nemen. Verder was er een persoon,
verdachte, die zorgde voor het vervoer van en naar de verschillende woningen van de slachtoffers.
De slotsom is dat alle handelingen in dienst stonden van het uiteindelijke doel: zoveel mogelijk geld en sieraden buit maken. Eenieder die één van de handelingen of rollen binnen deze modus operandi vervulde, leverde daarmee ook een wezenlijke en essentiële bijdrage.
Op grond van het voorgaande en in onderling verband en samenhang bezien komt de rechtbank tot de conclusie dat in alle gevallen sprake is geweest van een duidelijk vooropgezet plan en een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachten, waarbij verdachte een rol van voldoende gewicht had. Dit betekent dat verdachte in alle ten laste gelegde feiten als medepleger kan worden aangemerkt. De rechtbank verwerpt dan ook het verweer van de raadsman.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het onder 1 primair, 2 primair en 3 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht feit 1 primair, 2 primair en 3 primair wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
1
hij op 1 februari 2025 te Leeuwarden tezamen en in vereniging met anderen,
sieraden die aan [slachtoffer 1] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen sieraden onder hun bereik hebben gebracht door middel van het aannemen van een valse naam, van een valse hoedanigheid, door listige kunstgrepen of door een samenweefsel van verdichtsels,
door bovengenoemd slachtoffer zakelijk weergegeven
  • telefonisch te benaderen en zich voor te doen als medewerker van de politie,
  • haar voor te houden dat er gevaar voor inbraak dreigde en dat hij, verdachte, en zijn mededaders, haar zouden helpen het probleem te verhelpen door haar onder andere te verzoeken waardevolle goederen zoals sieraden en/of contante bedragen ter veiligstelling en taxatie klaar te leggen,
  • naar de woning van bovengenoemd slachtoffer toe te gaan om de genoemde waardevolle goederen te fotograferen en in ontvangst te nemen en mee te nemen, en
  • eenmaal binnen in de woning terwijl bovengenoemd slachtoffer haar aandacht elders had de klaar gelegde sieraden mee te nemen;
2
hij op 1 februari 2025 te Workum, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels,
- [ [slachtoffer 2]
heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten
  • sieraden en
  • contante geldbedragen,
door bovengenoemd slachtoffer zakelijk weergegeven
  • telefonisch te benaderen en zich voor te doen als medewerker van de politie,
  • haar voor te houden dat er gevaar voor inbraak dreigde en dat hij, verdachte en zijn mededaders, haar
zouden helpen het probleem te verhelpen door haar onder andere te verzoeken waardevolle goederen zoals sieraden en/of contante bedragen ter veiligstelling en/of taxatie klaar te leggen,
- naar de woning van bovengenoemd slachtoffer toe te gaan om de genoemde waardevolle goederen te fotograferen en/of in ontvangst te nemen en mee te nemen, waardoor bovengenoemd slachtoffer werd bewogen tot voornoemde afgifte;
3
hij op 1 februari 2025 te IJlst, tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels,
- [ [slachtoffer 3]
te bewegen tot de afgifte van enig goed, te weten
- sieraden,
die [slachtoffer 3] - zakelijk weergegeven -
  • telefonisch heeft benaderd en zich heeft voorgedaan als medewerker van de politie,
  • haar heeft voorgehouden dat er gevaar voor inbraak dreigde en dat verdachte en zijn mededaders haar zouden helpen het probleem te verhelpen door die [slachtoffer 3] onder andere te verzoeken waardevolle goederen zoals sieraden ter veiligstelling en/of taxatie klaar te leggen, en
  • naar de woning van die [slachtoffer 3] is toegegaan om de genoemde waardevolle goederen te fotograferen en/of in ontvangst te nemen en/of mee te nemen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:
1. primair diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg
te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van het aannemen van een valse naam of een valse hoedanigheid of door listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels;
2. primair medeplegen van oplichting;
3. primair poging tot medeplegen van oplichting.
Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.
Strafbaarheid van verdachte
De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder feit 1 primair,
2 primair en 3 primair wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan
6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren en onder oplegging van de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft gepleit voor vrijspraak. Mocht de rechtbank toch tot een veroordeling komen dan heeft de raadsman verzocht in straf verlagende zin mee te wegen dat verdachte first-offender is en hij vanaf het begin openheid van zaken heeft gegeven.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en de rapportage van reclassering Nederland, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Ernst van de feiten
Verdachte heeft zich op één dag, samen met zijn medeverdachten, schuldig gemaakt aan diefstal, oplichting en een poging tot oplichting. De slachtoffers werden telefonisch benaderd door een medeverdachte die zich voor deed als een medewerker van de politie. Hen werd verteld dat hun woning mogelijk het doelwit zou worden van een inbraak en dat er iemand van de politie langs zou komen om de waardevolle spullen te taxeren. Vervolgens bracht verdachte zijn medeverdachte naar de woning van de slachtoffers om de waardevolle spullen mee te nemen/in ontvangst te nemen.
De rechtbank vindt het kwalijk dat verdachte en zijn medeverdachten kennelijk doelbewust alleenstaande en oudere slachtoffers hebben uitgekozen, gelet op hun grote kwetsbaarheid en afhankelijkheid van anderen. Verdachte en zijn medeverdachten hebben op doortrapte en schaamteloze wijze misbruik gemaakt van het vertrouwen dat de slachtoffers in hen dachten te mogen hebben. Extra kwalijk is dat de oplichting telkens bij de slachtoffers thuis heeft plaatsgevonden. Het gevoel van veiligheid dat iedereen in en rond het eigen huis zou moeten hebben, is hierdoor ernstig geschaad. Uit de aangiftes blijkt dat de impact van het handelen van verdachte en zijn medeverdachten groot is geweest. Met zijn handelen heeft verdachte alleen oog gehad voor zijn eigen financiële gewin. Bovendien neemt hij geen verantwoordelijkheid voor zijn handelen en is hij zijn betrokkenheid bij de strafbare feiten blijven ontkennen.
Persoon van verdachte
Naast de ernst van de feiten houdt de rechtbank rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Uit de justitiële documentatie van verdachte blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.
De rechtbank heeft daarnaast gelet op het reclasseringsadvies van Reclassering Nederland van 8 juli 2025. Hieruit blijkt dat verdachte een belaste geschiedenis heeft door een uithuisplaatsing van zijn twaalfde tot vijftiende jaar. Verdachte woont inmiddels bij een tante en volgt een opleiding tot sportcoördinator. In zijn vrije tijd is hij vier keer per week bezig met voetbal en hij heeft een doel ten aanzien van werk. Dit beschouwt de reclassering als positief. De reclassering is van mening dat er onvoldoende zicht is gekomen op het psychosociaal functioneren van verdachte en zijn sociale netwerk. Bij een veroordeling adviseert de reclassering dan ook oplegging van een (deels) voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering en een gedragsinterventie cognitieve vaardigheden. De reclassering is van mening dat verdachte in staat is om een taakstraf te verrichten.
Op te leggen straf
Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf moet worden opgelegd. Gelet op verdachte zijn rol en dat de strafbare feiten op één dag plaats hebben gevonden acht de rechtbank oplegging van een taakstraf van 240 uren, met aftrek van voorarrest, passend en geboden. Om verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen zal de rechtbank daarnaast aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen van 6 maanden met een proeftijd van drie jaren, met daaraan verbonden de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden van een meldplicht en gedragsinterventie.

Benadeelde partij

De volgende personen hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding:
[slachtoffer 1] , tot een bedrag van 150,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
[slachtoffer 4] , tot een bedrag van 2.675,00 ter vergoeding van materiële schade en 750,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
[slachtoffer 5] , tot een bedrag van 1.766,89 ter vergoeding van materiële schade en
750,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
4. [ [slachtoffer 6] , tot een bedrag van 1.050,00 ter vergoeding van materiële schade en
750,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen kunnen worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en onder oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft de officier van justitie voorts hoofdelijke toewijzing gevorderd.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft vrijspraak bepleit en verzocht de vorderingen van de benadeelde partijen niet- ontvankelijk te verklaren ofwel deze af te wijzen.
Oordeel van de rechtbank
1.
[slachtoffer 1]
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij
de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder feit 1 primair bewezen verklaarde. De vordering, waarvan de hoogte onvoldoende door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 februari 2025.
De rechtbank stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd en dat zij naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade. De rechtbank zal daarom bepalen dat verdachte de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen indien zijn medeverdachten deze al hebben betaald, en andersom.
Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
2. [
[slachtoffer 4]
De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] afwijzen, nu het feit waarop de schade betrekking heeft niet aan verdachte ten laste is gelegd.
3. [
[slachtoffer 5]
De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5] afwijzen, nu het feit waarop de schade betrekking heeft niet aan verdachte ten laste is gelegd.
4. [ [slachtoffer 6]
De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6] afwijzen, nu het feit waarop de schade betrekking heeft niet aan verdachte ten laste is gelegd.
Inbeslaggenomen goederen
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft verbeurd verklaring gevorderd van de onder verdachte inbeslaggenomen personenauto en Apple Iphone.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht tot teruggave van de inbeslaggenomen personenauto en telefoon van verdachte, gelet op de door hem bepleite vrijspraak.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:
- een personenauto, merk Volkswagen, kleur grijs en
een GSM, Apple IPhone
vatbaar voor verbeurdverklaring, omdat de bewezen verklaarde feiten zijn begaan met behulp van deze goederen.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 36f, 45, 47, 57, 311 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het onder feit 1 primair, 2 primair en 3 primair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:
een taakstraf voor de duur van 240 uren.
Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 120 dagen zal worden toegepast.
Beveelt dat de tijd die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 uren per dag inverzekeringstelling/voorlopige hechtenis.

een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden.

Bepaalt dat deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op drie jaren de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.
Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.
Stelt als bijzondere voorwaarden:
dat de veroordeelde zich meldt op afspraken met Reclassering Nederland, [adres] , zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering zal contact met de veroordeelde opnemen voor de eerste afspraak.
dat de veroordeelde gedurende de proeftijd zal deelnemen aan de gedragsinterventie CoVa of een soortgelijke gedragsinterventie, zulks ter beoordeling van de reclassering. De veroordeelde zal zich houden aan de afspraken en aanwijzingen die door de trainer/begeleider in het kader van de gedragsinterventie aan hem zullen worden gegeven.
Geeft aan voornoemde reclasseringsinstelling de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
  • ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
  • medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.
Ten aanzien van feit 1 primair:
Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte hoofdelijk, aldus dat als een mededader betaalt, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd, om aan
[slachtoffer 1]te betalen:
  • het bedrag van 150,00 (zegge: honderdvijftig euro);
  • de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 februari 2025 tot de dag van algehele voldoening;
  • de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.
Legt aan verdachte hoofdelijk, aldus dat als een mededader betaalt verdachte in zoverre zal zijn bevrijd, de verplichting op om ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat te betalen een bedrag van 150,00 (zegge: honderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2025 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade.
Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 3 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat als verdachte of een mededader voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.
Wijst de vorering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] af. Bepaalt dat de benadeelde partij haar eigen proceskosten draagt.
Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5] af. Bepaalt dat de benadeelde partij haar eigen proceskosten draagt.
Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6] af. Bepaalt dat de benadeelde partij haar eigen proceskosten draagt.
Verklaart verbeurdde in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
1. STK personenauto (grijs, Volkswagen [nummer] )
1. STK GSM (Apple Iphone [nummer] )
Dit vonnis is gewezen door mr. H.C.L. Vreugdenhil, voorzitter, mr. T.M.L. Wolters en
mr. M.J. Dijkstra, rechters, bijgestaan door C. Vellinga-Terpstra, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 29 juli 2025.