Uitspraak
[verdachte] ,
Tenlastelegging
[de rechtbank begrijpt: aangever]de portiek in rent en wordt achtervolgd door een tweede persoon. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij de tweede persoon is die op de beelden te zien is. Verdachte komt voor de dichte portiekdeur te staan en vernielt vervolgens een ruit in de portiek. Hierna voegt een derde persoon
[de rechtbank begrijpt: de medeverdachte]zich bij verdachte en gezamenlijk lopen zij naar het voorraam van de woning waarna verdachte de voorruit inslaat.10 Te zien is dat de medeverdachte vervolgens ook op het grote woonkamerraam slaat en hierna via het openstaande uitzetraam probeert om de woning binnen te gaan. Er ontstaat vervolgens een handgemeen tussen aangever en de medeverdachte waarna laatstgenoemde via het openstaande uitzetraam aangever naar buiten en naar beneden trekt. Terwijl aangever in de raamopening ligt wordt hij in totaal zestien keer door verdachte met een voorwerp op zijn hoofd geslagen en is een luid gegil te horen. Aangever weet zich op een gegeven moment los te rukken en vlucht zijn woning in waarna de twee verdachten weglopen.11
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
Toepassing van wetsartikelen
Uitspraak
De rechtbank
een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden.
een gedeelte, groot 6 maanden,niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op
3 jaren, de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.
Ten aanzien van benadeelde partij [slachtoffer] , feit 1 primair:
- het bedrag van 3.612,20 (zegge: drieduizend zeshonderdtwaalf euro en twintig eurocent);
- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 28 januari 2025 tot de dag van algehele voldoening;
- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.