ECLI:NL:RBNNE:2025:3278
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing artikel 13a Wahv op proceskostenvergoeding bij administratief beroep
Aan betrokkene is een boete opgelegd wegens het rijden met 6 km/u te hard buiten de bebouwde kom met een aanhanger achter het voertuig. Tegen de boete werd administratief beroep ingesteld, waarbij de officier van justitie de proceskostenvergoeding toekende met toepassing van een extra wegingsfactor uit artikel 13a, tweede lid, Wahv.
De gemachtigde van betrokkene voerde aan dat deze vermenigvuldigingsfactor niet van toepassing zou zijn op de proceskostenvergoeding door de officier van justitie, maar slechts op die door de kantonrechter. Tevens werd gesteld dat artikel 13a, tweede lid, Wahv in strijd zou zijn met het gelijkheidsbeginsel en discriminatieverbod uit het EVRM en IVBPR.
De kantonrechter oordeelde dat de beroepsgronden niet slagen. Het arrest van de Hoge Raad van 24 juni 2025 bevestigt dat artikel 13a, tweede lid, Wahv niet leidt tot ongerechtvaardigde ongelijke behandeling en niet in strijd is met de genoemde verdragsbepalingen. Bovendien is dit artikel wel degelijk van toepassing op de proceskostenvergoeding toegekend door de officier van justitie in administratief beroep.
De boete is bekendgemaakt na 31 december 2023, waardoor de extra wegingsfactor terecht is toegepast. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
De uitspraak werd gedaan door kantonrechter V.A.G. van Dijk op 10 juli 2025 in Assen.
Uitkomst: Het beroep tegen de toepassing van artikel 13a, tweede lid, Wahv op de proceskostenvergoeding wordt ongegrond verklaard.