Op 31 augustus 2024 schoot verdachte, onder invloed en als ongeoefende schutter, met een revolver op een rijdende auto waarin aangever zat. De kogel ketste af, waardoor aangever niet werd geraakt, maar de rechtbank oordeelde dat sprake was van voorwaardelijk opzet op doodslag. Daarnaast had verdachte een verboden vuurwapen en bedreigde hij zijn ex-partner telefonisch met woorden van dreiging.
Tijdens de terechtzitting op 12 augustus 2025 bekende verdachte de feiten. De rechtbank achtte de feiten wettig en overtuigend bewezen en wees het verweer van de verdediging af. De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, eerdere veroordelingen van verdachte en zijn verminderd toerekeningsvatbaarheid.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot 24 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest en legde een tbs-maatregel met dwangverpleging op vanwege zijn stoornissen en het hoge recidiverisico. Tevens werd verdachte veroordeeld tot schadevergoeding aan het slachtoffer voor materiële en immateriële schade.
De maatregel tbs met dwangverpleging werd opgelegd omdat verdachte onvoldoende motivatie en probleem-inzicht heeft en een hoog herhalingsgevaar vertoont. De rechtbank achtte de veiligheid van de samenleving hiermee het best gediend.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Rechtbank Noord-Nederland op 26 augustus 2025.