Eiser had subsidie ontvangen voor het plaatsen van een dakkapel op zijn woning in het aardbevingsgebied Groningen, maar de minister trok deze subsidie in omdat de woning niet vóór 1 januari 2016 was opgeleverd, zoals vereist volgens de Subsidieregeling. Eiser stelde beroep in tegen deze intrekking, hoewel dit één dag te laat was; de rechtbank verklaarde het beroep ontvankelijk vanwege de geringe termijnoverschrijding en het ontbreken van belangen van derden.
De rechtbank oordeelde dat eiser bewust onjuiste informatie had verstrekt over de opleverdatum van zijn woning en dat de subsidie slechts een voorschot betrof, waarvan het bedrag nog vastgesteld moest worden. Het gelijkheidsbeginsel werd niet geschonden, omdat ook andere buurtbewoners die ten onrechte subsidie ontvingen, deze zullen moeten terugbetalen. De minister had de belangen van eiser voldoende afgewogen, ondanks dat de motivering pas na het besluit volledig was toegelicht.
De rechtbank concludeerde dat de intrekking van de subsidie rechtmatig en proportioneel was, en dat eiser de financiële gevolgen hiervan voor eigen rekening moest nemen. Wel werd bepaald dat de minister het betaalde griffierecht aan eiser moest vergoeden vanwege het motiveringsgebrek in het oorspronkelijke besluit.