ECLI:NL:RBNNE:2025:3744
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens eerdere ontneming
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 12 september 2025 een vordering van het Openbaar Ministerie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van veroordeelde. Veroordeelde was eerder veroordeeld voor medeplichtigheid aan het medeplegen van verboden handelingen onder de Opiumwet, voorbereiding van amfetamineproductie en witwassen.
De officier van justitie vorderde aanvankelijk een bedrag van €24.000,-, maar stelde ter zitting dit te verlagen tot €7.400,-, zijnde het bedrag dat medeverdachte aan veroordeelde had overgemaakt. De verdediging pleitte integrale vrijspraak en afwijzing van de vordering tot ontneming.
De rechtbank oordeelde dat het wederrechtelijk verkregen voordeel van veroordeelde €6.700,- bedroeg, maar dat dit bedrag reeds was ontnomen in een eerdere zaak tegen medeverdachte. Omdat de ontnemingsverplichting niet hoofdelijk was opgelegd, zou dubbele ontneming plaatsvinden indien de vordering werd toegewezen. Daarom wees de rechtbank de vordering tot ontneming af.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel af omdat het bedrag reeds eerder ontnomen is.