Uitspraak
RECHTBANK Noord-Nederland
1.De procedure
- de akte uitlating na mondelinge behandeling d.d. 12 maart 2025 van de zijde van [eiser] ;
2.De feiten
De combinatie van omvang en de complexiteit door technische beantwoording van geregistreerde acties maakt het bovendien moeilijk bruikbaar voor u als cliënt”.
4.De beoordeling
Ik heb toegang gekregen tot de Productie omgeving van het UMCG EPD, ik heb leesrechten ontvangen voor het dossier van de heer [eiser]”. Zonder toelichting, die ontbreekt, valt ook niet in te zien dat [onderzoeker] het aan [eiser] verstrekte dossier heeft kunnen vergelijken met het bij het UMCG aanwezige dossier zonder daarvan kennis te nemen.
pro se. De patiëntenrechten waarop hij tegenover het UMCG aanspraak maakt, ontleent [eiser] immers aan die van [zoon van eiser] , die hem daartoe als diens vertegenwoordiger heeft aangewezen. Omdat [eiser] het onrechtmatig karakter van het handelen en nalaten door het UMCG uitsluitend onderbouwt met de schending door het UMCG van de patiëntrechten van [zoon van eiser] , levert dat handelen en nalaten ten aanzien van [eiser] zelf geen onrechtmatige daad op. Daarom zal de vordering onder I. worden afgewezen.
behandelingsovereenkomsttussen het UMCG en [zoon van eiser] kan die niet worden toegewezen omdat [eiser] niet als partij bij die behandelovereenkomst kan worden aangemerkt. Ook de onder 2.2. bedoelde machtiging brengt niet mee dat [eiser] , zoals deze vordering vooronderstelt, pro se rechten aan die behandel-overeenkomst kan ontlenen.
onrechtmatigheeft gehandeld tegenover [eiser] . Op grond van art. 7:454 lid 1 BW Pro was het UMCG tegenover [zoon van eiser] als patiënt gehouden om over hem een patiëntendossier
in te richtenen
te bewaren. Partijen verschillen van mening over de vraag of het UMCG in de nakoming van die verplichtingen tekort is geschoten. Beantwoording van die vraag kan in het midden blijven omdat een eventueel tekortschieten door het UMCG in dat verband geen onrechtmatige daad tegenover [eiser] pro se oplevert. Hetgeen hiervoor is overwogen onder 4.2.6. geldt ook voor dit onderdeel van de vordering.
te verstrekken. Omdat [zoon van eiser] aan [eiser] toestemming heeft gegeven om zijn medisch dossier in te zien en daarvan een afschrift te ontvangen kan [eiser] ingevolge het bepaalde in art. 7:458a lid 1 aanhef en onder a BW pro se tegenover het UMCG aanspraak maken op inzage in en afschrift van gegevens uit dat dossier.
alleinformatie en documenten behorende bij de contactdata aan [eiser] te verstrekken, maar alleen die welke de goede hulpverlening van [zoon van eiser] hebben gediend, kan dit onderdeel van de vordering hoe dan ook niet tot toewijzing leiden.
De zorgaanbieder doet aan een cliёnt, alsmede een vertegenwoordiger van de cliënt dan wel een nabestaande van de overleden cliënt, onverwijld mededeling van de aard en toedracht van incidenten bij de zorgverlening aan de cliёnt die voor de cliёnt merkbare gevolgen hebben of kunnen hebben en maakt van de aard en toedracht van incidenten aantekening in het dossier van de cliënt. Tevens wordt aantekening gemaakt van het tijdstip waarop het incident heeft plaatsgevonden en de namen van de betrokkenen bij het incident. Daarbij licht de zorgaanbieder de cliënt tevens in over de mogelijkheden om de gevolgen van het incident weg te nemen of te beperken.