Eiseres verzocht het college handhavend op te treden tegen een agrarisch bedrijf dat zonder natuurvergunning opereert. Het college wees dit verzoek af, stellende dat geen vergunningplicht bestond vanwege intern salderen en een gekozen referentiedatum van 24 maart 2000.
De rechtbank oordeelt dat het college onterecht intern salderen toepaste bij de voortoets, wat volgens gewijzigde rechtspraak van 18 december 2024 niet is toegestaan. Tevens gebruikte het college een onjuiste referentiedatum (24 maart 2000) in plaats van 10 juni 1994, de aanwijzingsdatum van het Natura 2000-gebied Waddenzee, en een onjuiste referentiesituatie die niet goed onderbouwd was.
Het college kon ook niet aantonen dat de uitbreiding van het bedrijf na 1 januari 2020 had plaatsgevonden, waardoor de overgangsregeling niet van toepassing is. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt het college op een nieuw besluit te nemen, waarbij de uitspraak in acht wordt genomen. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.