Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
Bewezenverklaring
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 2 oktober 2025 een 33-jarige man veroordeeld voor medeplegen van handel in harddrugs. De feiten vonden plaats tussen 1 mei 2022 en 20 september 2022 te Groningen, waarbij verdachte samen met anderen cocaïne, amfetamine, MDMA en 2CB verkocht, afleverde en vervoerde.
Het bewijs bestond uit onderschepte telefoongesprekken op meerdere taplijnen, verklaringen van medeverdachten en politieprocessen-verbaal. Uit de gesprekken bleek dat verdachte beheer had over de dealtelefoon, anderen aanstuurde om drugs te leveren en zelf ook drugs afleverde. Verdachte ontkende de betrokkenheid, maar de rechtbank achtte het bewijs wettig en overtuigend.
De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten, de maatschappelijke impact van harddrugs, en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder zijn instabiele leefsituatie als vluchteling zonder dagbesteding. Gezien de landelijke oriëntatiepunten en een overschrijding van de redelijke termijn met minder dan een jaar, legde de rechtbank een gevangenisstraf van 7 maanden op, met aftrek van voorarrest.
Daarnaast werd bepaald dat de in beslag genomen geldbedragen aan verdachte worden teruggegeven. Verdachte wordt vrijgesproken van overige tenlasteleggingen die niet bewezen konden worden.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 7 maanden gevangenisstraf voor medeplegen van handel in harddrugs.