AHPD Ameland B.V. voerde beroep aan tegen het besluit van het Waddenfonds waarin de subsidie voor het project voor de productie van groen gas op Ameland op een lager bedrag werd vastgesteld dan het verleende subsidiebedrag, met als gevolg een terugvordering. De rechtbank beoordeelde de subsidievaststelling en de terugvordering aan de hand van de ingediende beroepsgronden en het bestreden besluit.
De rechtbank stelde vast dat het Waddenfonds de subsidie overeenkomstig de werkelijk gemaakte en betaalde subsidiabele kosten correct had vastgesteld, waarbij onder meer rekening was gehouden met niet uitgevoerde activiteiten en staatssteunregels. De terugvordering werd berekend als het verschil tussen de ontvangen voorschotten en de vastgestelde subsidie. De rechtbank oordeelde dat de procedure tot vaststelling niet in strijd was met de Algemene wet bestuursrecht en dat het Waddenfonds voldoende gelegenheid had geboden voor het indienen van bewijsstukken.
De beroepsgronden van eiseres, waaronder een beroep op het vertrouwensbeginsel, het evenredigheidsbeginsel en schending van algemene beginselen van behoorlijk bestuur, werden verworpen. De rechtbank vond geen aanwijzingen voor onrechtmatigheden of disproportionele terugvordering. Wel erkende de rechtbank dat terugbetaling tot financiële problemen kan leiden, maar achtte een betalingsregeling bespreekbaar en vond de belangenafweging zorgvuldig. Het beroep werd ongegrond verklaard en het besluit bleef in stand.