ECLI:NL:RVS:2025:3140
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- M. Soffers
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging lagere subsidievaststelling en terugvordering voorschotten Private Sector Investeringsprogramma
De minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking stelde bij besluit van 17 mei 2021 de subsidie aan appellante vast op €299.650,- en vorderde €299.850,- aan te veel betaalde voorschotten terug. Dit betrof een project in Benin binnen het Private Sector Investeringsprogramma (PSI) gericht op duurzame economische ontwikkeling.
Appellante voerde aan dat zij voldoende bewijs had geleverd voor gemaakte kosten en dat de minister het vertrouwensbeginsel had geschonden door niet tijdig een marktconformiteitscheck uit te voeren. Ook stelde zij dat terugvordering onevenredig was vanwege financiële problemen en omstandigheden zoals COVID-19 en het slechte zakenklimaat.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellante niet had aangetoond dat de resultaten 2 en 3 van het project waren behaald volgens de subsidievoorwaarden, waaronder het ontbreken van marktconformiteitscertificaten en bewijs van personeelstraining. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat de subsidieaanvrager zelf verantwoordelijk was voor het inschakelen van SGS voor marktconformiteitschecks. Bovendien viel het ondernemersrisico van het slechte zakenklimaat en conflicten binnen appellante zelf.
De terugvordering werd niet als onevenredig beoordeeld omdat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat dit tot faillissement zou leiden. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de lagere subsidievaststelling en terugvordering van voorschotten bevestigd.