Aan betrokkene is een boete opgelegd voor het rijden met 38 km/u te hard op de A7 buiten de bebouwde kom. Betrokkene stelde beroep in bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat de officier van justitie de hoorplicht heeft geschonden en dat de redelijke termijn is overschreden, aangezien meer dan twee jaar was verstreken tussen het moment waarop betrokkene de boete kon verwachten en de uitspraak. Hierdoor werd de boete twee keer met 25% gematigd, wat resulteerde in een boete van €262,13 inclusief administratiekosten.
Daarnaast werd de officier van justitie veroordeeld tot het betalen van proceskosten aan betrokkene, berekend op €113,38, met toepassing van de extra wegingsfactor uit artikel 13a, tweede lid, onder a, Wahv. De beslissing van de officier van justitie werd vernietigd en de boete aangepast.
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, onder voorwaarden en met vermelding van het zaaknummer.